Voedselarme zwak gebufferde vennen die niet vaak droogvallen (3110)

Beschrijving: 

Dit habitattype omvat vennen met laagblijvende pioniervegetaties van voedselarme, zwak gebufferde wateren. Ze wortelen in zandige bodems, in de oeverzone van zowel ondiepe plassen als diepere wateren. Veel groeiplaatsen ontstonden na het terug open maken van oude, verlande vennen. Het zijn soortenarme, open of gesloten, blijvend ondergedoken of kortstondig droogvallende vegetaties, meestal niet hoger dan 10 cm. Ze worden gedomineerd door lage rozetplanten met lijn- of priemvormige bladeren (zogenaamde isoëtiden).

Natuurbeheer: 

Bij een goede waterkwaliteit bestaat het beheer voornamelijk uit de instandhouding van de natuurlijke waterhuishouding in het voedingsgebied, een voldoende hoog waterpeil en van de natuurlijke wind- en waterpeildynamiek. Bosopslag en bosaanplant rond de vennen dienen vermeden te worden om de noodzakelijke windwerking niet te hypothekeren en oeverbeschaduwing en strooiselaanvoer te vermijden.

Bedreigingen: 

  • Een groot deel van deze vegetaties ging verloren door vernietiging van heidegebieden en verdroging van vennen.
  • Verzuring, verruiging en eutrofiëring vormen de grootste bedreigingen voor de overblijvende relicten. Bij verzuring worden veenmossen en Knolrus dominant en verdwijnen de typische kensoorten. Verruiging en eutrofiëring leiden naar vegetaties met Knolrus, Waternavel en Pitrus. Accumulatie van organisch materiaal op de bodem leidt tot het verdwijnen van geschikte omstandigheden voor de kieming van de typische isoëtiden.
  • Grote vogelpopulaties (bv. meeuwen, Canadese ganzen enz.) en grote grazers kunnen voor eutrofiëring zorgen.
  • Door overbegrazing en overbetreding van de oeverzones kunnen de vegetaties en relictsoorten vertrapt worden en wordt zaadvorming bemoeilijkt of verhinderd.