Soortbeheer

Specifiek beheer voor soorten

Naast het beheer van biotopen is het gericht beheer van soorten of soortgroepen belangrijk in natuurbeheer. Dit kan door in het regulier beheer dat vaak gericht is op vegetaties aandacht te hebben voor specifieke eisen van soortgroepen of individuele soorten.

Vleermuizen zijn een kwetsbare diergroep, die een aangepast beheer nodig hebben. Bovendien behoren de inheemse vleermuissoorten tot de Annex 4 van de Habitatrichtlijn en sommige zelfs tot de Annex 2. Ze zijn dus niet alleen op Vlaams niveau strikt beschermd, maar ook op Europees niveau. Het beheer is echter niet steeds eenvoudig, ze leven in de zomer en winter in verschillende habitats en zijn kwetsbaar voor verstoring en pesticiden.

Veel van onze planten hebben nood aan bestuiving om zich te kunnen voortplanten en een toekomst te voorzien voor hun soort. Van wilde planten in de natuur, over sierplanten in de tuin tot voedselgewassen in de landbouw. Heel veel plantensoorten kunnen niet in hun eigen bestuiving voorzien en zijn in belangrijke mate afhankelijk van bestuivende insecten.  

Tot de wilde bestuivers horen een groot aantal insectengroepen zoals bijen, wespen, mieren, vliegen, vlinders, kevers, enzovoort. Ze hebben dus niet enkel een grote ecologische, maar ook een onschatbare economische waarde. De groep aan wilde bestuivers is groot en zeer divers. Het Bijenloket van de VVOG creëert aandacht voor de wilde bij. Dankzij de gesuggereerde extra inspanningen zullen ook andere wilde bestuivers en insecten in het algemeen mee genieten.

Dat de natuur nuttig is voor de mens leidt geen twijfel. Anderzijds komen veel dieren op zoek naar voedsel erg dicht bij de mens. Onder andere aangepikt fruit, kaalgevreten akkers en dood pluimvee maken van schade door wild en beschermde soorten een actueel thema. Daarnaast zijn er ook exotische planten en dieren die invasief kunnen zijn en onze inheemse natuur kunnen verdrukken. Meer informatie over die invasieve exoten vind je hier.

Dieren en planten komen niet zomaar toevallig op een plek voor. Ze leven in levensgemeenschappen omdat ze gelijkaardige ecologische eisen hebben. Daarom is het zinvol om ze te groeperen per ecoprofiel. Dit geeft een overzicht van maatregelen die gunstig zijn voor alle soorten binnen zo'n gemeenschap. Dit hoofdstuk is gebaseerd op het boek "Handboek voor beheerders - Europese natuurdoelstellingen op het terrein - Deel II Soorten" van Jan Van Uytvanck & Valérie Goethals (INBO).
De nummering komt overeen met de subsidieregeling. Voor ecoprofielen zonder nummer is geen extra beheersubsidie mogelijk.