Grauwe klauwier

Lanius collurio

Beschrijving: 

De Grauwe klauwier is een forse, langgerekte zangvogel met zware snavel en lange staart. Hij heeft de allure van een kleine roofvogel.
Het mannetje heeft een asgrijze kop met zwart masker en witte keel. De rug is roodbruin, de onderdelen zalmkleurig en de staart zwart met witte zijden. Het vrouwtje en juveniele vogels hebben warmbruine bovendelen en vuilwitte onderdelen. Juveniele vogels hebben bovendien donkere schubjes op kruin, bovendelen en onderdelen. De Grauwe klauwier zit vaak rechtop en beweegt zijn staart nerveus heen en weer. De alarmroep is een herhaald, nasaal en hees klinkend ‘wew’.

Het is een trekvogel, die vanaf half april al kan terugkeren (meestal in mei, maar sommmige vogels pas in juni) uit zijn overwinteringsgebied in zuidelijk Afrika, en hier in de loop van augustus alweer vertrekt. Het is een soort van structuurrijke vegetaties in diverse, halfopen landschappen. De aanwezigheid van voldoende grote prooien is cruciaal voor deze soort, deze worden vanaf een uitkijkpost gevonden en bejaagd. Broeden gebeurt bij voorkeur in dichte doornstruiken of braamkoepels. Andere kleine landschapselementen spelen eveneens een belangrijke rol, aangezien ze mee helpen zorgen voor een voldoende prooiaanbod, en er ook voor zorgen dat deze prooien tussen verschillende gebieden kunnen migreren. Een gevarieerd habitat maakt dat er bij alle weersomstandigheden steeds voldoende prooidieren voorhanden zijn doorheen het broedseizoen.

Beheer: 

Een belangrijke beheermaatregel voor deze soort is het herstel van heggen, houtwallen en braamstruweel in de huidige en voormalige broedgebieden. Ideaal om te broeden is een zeer dicht braamstruweel met een doornstruikje erin, solitair of in een houtkantstructuur. Bramen mogen dus niet te dikwijls worden geklepeld.
Ruilverkavelingen maken van kleine percelen een groter geheel, dan sneuvelen er doorgaans heel wat paaltjes en struiken, en dat is precies waar de klauwieren van houden. Ze hebben veel uitkijkposten om hun voedsel op te sporen, alsook een afwisseling van korte en langere vegetatie.
Dat voedsel zijn grote insecten, zoals sprinkhanen en mestkevers. Een gericht beheer met een terughoudend gebruik van insecticiden, ook ontwormingsmiddelen bij vee is noodzakelijk, zeker in perceelsranden en kleinschalige landschapselementen als dijken en wegbermen. Gefaseerd maaien zonder bemesting van graslanden biedt meer foerageermogelijkheden. Voldoende rust moet worden verzekerd in de broedgebieden.

Voor de Grauwe klauwier werd een soortbeschermingsprogramma opgesteld, meer info vind je bij ANB.