Grauwe klauwier

Lanius collurio

Inverde - De Grauwe Klauwier

Inverde - De Grauwe Klauwier

In de winter vliegen trekvogels naar het warme Afrika. Is de zomer in het land? Dan komen ze terug. U kent het verhaal. Het is ook het verhaal van de grauwe klauwier. En in Vlaanderen, blijft die vogel meestal in deze gebieden. Vandaag zijn we hier.De grauwe klauwier is een zangvogel. Hij meet tussen 16 en 18 centimeter en klinkt zo: [priieeeet]. Vrouwtjes en mannetjes verschillen sterk van elkaar. [we tonen een vrouwtje en een mannetje]Maar laat je niet misleiden door hun schattig uiterlijk en heerlijke zang. Deze vogels zijn kleine dodelijke jagers. Ze kiezen een uitkijkpost op een verhoogde plaats, zoals een paal of een tak van een boom. Van daar speuren ze rond, op zoek naar grote insecten, hagedissen, kikkers en kleine muizen. Vanop een afstand van bijna 10 meter kunnen ze hun prooi spotten. Eenmaal in het vizier maken de kleine beestjes geen schijn van kans meer. Dinner is served...Het is voor zo’n klein vogeltje niet gemakkelijk om een volledige muis of hagedis op te eten. Daarom gebruikt de grauwe klauwier scherpe doornen om zijn prooi uiteen te rukken. Gruwelijk? Misschien. Creatief? Zeker!Een lief gezichtje met een sadistische toets: zo kennen we hem, onze grauwe klauwier.Maar, met het verdwijnen van zijn leefgebied, verdwijnt ook de grauwe klauwier. Het maaien van heggen en struwelen en het gebruik van pesticiden laten de soort dakloos en hongerig achter. Deze realiteit heeft de grauwe klauwier op de Vlaamse rode lijst geplaatst.Ooit heeft de grauwe klauwier Vlaanderen als thuis gekend. En het is nog niet te laat om dat terug waar te maken.Wanneer de grauwe klauwier terugkomt van het zuiden, is hij op zoek naar een bepaald patroon [drone footage indien mogelijk]:•Open ruimte met laag gras [highlight in beeld]•Dicht struikgewas [highlight in beeld]•En uitkijkposten [hier highlighten we de meidoorn en palen][titel]1.UitkijkpostDe grauwe klauwier jaagt op het zicht, dus een groot aanbod van uitkijktorens is belangrijk. Doornstruikjes of haagkanten zijn hiervoor perfect.  Ze zijn hoog genoeg om een goed uitzicht te geven, maar ook niet zo hoog dat de vogel plots kwetsbaar is voor roofdieren. Door de scherpe doornen bieden ze ook de mogelijkheid om er grotere prooien op te spiesen. Heb je veerasters met prikkeldraad in de buurt? Prima! Een mooie toevoeging aan de hoge vegetatie.[titel]2. Dicht struikgewasHet dichte struikgewas biedt de ideale plek om te broeden. Hoe dichter, hoe beter. Dan is het nest van de grauwe klauwier niet zichtbaar voor roofdieren. Braamstruwelen zijn heel populair bij de soort. Ze hebben de juiste structuur om in te broeden, en de braambessen trekken insecten en muizen aan.Liefst combineer je deze met een boompje of een hoge struik die als uitkijkpost dient. [tonen combinatie meidoorn/braamstruweel] Als je er genoeg van hebt, dan heeft de soort de ruimte om te jagen en veilig te broeden. [hier tonen we verschillende meidoornen en braadstruwelen naast elkaar, en maken duidelijk dat de grauwe klauwier ergens broedt, en een paar struiken of palen verder gaat jagen]. Schrale graslanden
Kort: zo wilt de grauwe klauwier het grasgebied waar hij jaagt. Insecten, muizen en hagedissen vallen daar meer op. Dat betekent niet dat je overal moet gaan maaien of laten begrazen. Hoog gras, struiken of bloemen zijn onmisbaar voor het aangroeien van de insectenpopulatie. Ook andere dieren gebruiken deze vegetatie om zich in te verstoppen, wat dit een hotspot maakt voor de grauwe klauwier. [we tonen dat dieren soms zonder te merken uit hun “bescherming" komen, en daarvan profiteert de grauwe klauwier. Het zal duidelijker worden op het storyboard :)]Poelen, vennen of beekjes zijn de leefgebieden van veel insecten [tonen juffers, libellen, waterkevers] en amfibieën [kikker + salamander], dieren die op het menu van de grauwe klauwier staan. Water is dus zeker een plus voor de soort.[titel] Wat te vermijden?Om zeker te zijn dat je de juiste habitat voor de grauwe klauwier hebt gecreëerd, zijn er een paar zaken die je best vermijdt:-Pesticiden en meststoffen. Deze bedreigen de insectenpopulatie.-Te efficient maaien. Laat kleine landschapselementen, zoals struiken of hoog gras hier en daar behouden. Je creëert zo een mozaïekstructuur in het landschap, rijk in vegetatie- en diersoorten. Begrazing mag ook, maar liefst door dieren die geen ontwormingsmiddel krijgen. De mest die ze produceren is anders dodelijk voor insecten.Ziezo. Je hebt verder niets meer nodig om de grauwe klauwier te helpen. Wil je meer informatie? Neem eens een kijkje op de website van Ecopedia.

 

Beschrijving: 

De Grauwe klauwier is een forse, langgerekte zangvogel met zware snavel en lange staart. Hij heeft de allure van een kleine roofvogel.
Het mannetje heeft een asgrijze kop met zwart masker en witte keel. De rug is roodbruin, de onderdelen zalmkleurig en de staart zwart met witte zijden. Het vrouwtje en juveniele vogels hebben warmbruine bovendelen en vuilwitte onderdelen. Juveniele vogels hebben bovendien donkere schubjes op kruin, bovendelen en onderdelen. De Grauwe klauwier zit vaak rechtop en beweegt zijn staart nerveus heen en weer. De alarmroep is een herhaald, nasaal en hees klinkend ‘wew’.

Het is een trekvogel, die vanaf half april al kan terugkeren (meestal in mei, maar sommmige vogels pas in juni) uit zijn overwinteringsgebied in zuidelijk Afrika, en hier in de loop van augustus alweer vertrekt. Het is een soort van structuurrijke vegetaties in diverse, halfopen landschappen. De aanwezigheid van voldoende grote prooien is cruciaal voor deze soort, deze worden vanaf een uitkijkpost gevonden en bejaagd. Broeden gebeurt bij voorkeur in dichte doornstruiken of braamkoepels. Andere kleine landschapselementen spelen eveneens een belangrijke rol, aangezien ze mee helpen zorgen voor een voldoende prooiaanbod, en er ook voor zorgen dat deze prooien tussen verschillende gebieden kunnen migreren. Een gevarieerd habitat maakt dat er bij alle weersomstandigheden steeds voldoende prooidieren voorhanden zijn doorheen het broedseizoen.

Beheer: 

Een belangrijke beheermaatregel voor deze soort is het herstel van heggen, houtwallen en braamstruweel in de huidige en voormalige broedgebieden. Ideaal om te broeden is een zeer dicht braamstruweel met een doornstruikje erin, solitair of in een houtkantstructuur. Bramen mogen dus niet te dikwijls worden geklepeld.
Ruilverkavelingen maken van kleine percelen een groter geheel, dan sneuvelen er doorgaans heel wat paaltjes en struiken, en dat is precies waar de klauwieren van houden. Ze hebben veel uitkijkposten om hun voedsel op te sporen, alsook een afwisseling van korte en langere vegetatie.
Dat voedsel zijn grote insecten, zoals sprinkhanen en mestkevers. Een gericht beheer met een terughoudend gebruik van insecticiden, ook ontwormingsmiddelen bij vee is noodzakelijk, zeker in perceelsranden en kleinschalige landschapselementen als dijken en wegbermen. Gefaseerd maaien zonder bemesting van graslanden biedt meer foerageermogelijkheden. Voldoende rust moet worden verzekerd in de broedgebieden.

Voor de Grauwe klauwier werd een soortbeschermingsprogramma opgesteld, meer info vind je bij ANB.