Harkwesp

Bembix rostrata

Beschrijving: 

De Harkwesp is onze grootste graafwesp die voorkomt in zandige regio’s. De vrouwtjes maken nestjes in het zand met in ieder nestje maar één larve die ze prooien brengt (voornamelijk zweefvliegen en andere vliegen). Ze hebben een geel-zwart achterlijf met golvende banden en opvallende groene ogen. Op hun voorpoten hebben ze grote, harde haren waarmee ze graven in het zand: hun letterlijke harken. Het typische habitat voor deze soort is mosduin. Voor hun nesten hebben ze niet graag open stuifzand (hun nest zou vlug instorten) maar met een dicht tapijt van duingrasland zijn ze ook niets. Ze hebben dus graag net die overgang of gradiënt die in mosduinen te vinden is.

Beheer: 

Ze zijn heel gevoelig voor begrazing, aangezien hun nesten gemakkelijk vertrappeld worden. In vrij dichtbegroeide duinen zullen begrazers mosduinen ook net als corridor of rustplaats gebruiken. Plaatsen waar ze aanwezig zijn, of goede mosduinen vlakbij bestaande kolonies, worden best afgerasterd voor begrazers. Indien de duinen dreigen te verstruwelen, kan het afgerasterd stuk gefaseerd begraasd worden, of handmatig gekapt en gemaaid worden.