Harkwesp

Bembix rostrata

De Harkwesp is onze grootste graafwesp die voorkomt in zandige regio’s. De vrouwtjes maken nestjes in het zand met in ieder nestje maar één larve die ze prooien brengt (voornamelijk zweefvliegen en andere vliegen). Ze hebben een geel-zwart achterlijf met golvende banden en opvallende groene ogen. Op hun voorpoten hebben ze grote, harde haren waarmee ze graven in het zand: hun letterlijke harken. Het typische habitat voor deze soort is mosduin. Voor hun nesten hebben ze niet graag open stuifzand (hun nest zou vlug instorten) maar met een dicht tapijt van duingrasland zijn ze ook niets. Ze hebben dus graag net die overgang of gradiënt die in mosduinen te vinden is.