Heischrale graslanden en soortenrijke graslanden van zure bodems (6230)

Beschrijving: 

Dit habitattype bevat soortenrijke gesloten graslanden van voedselarme bodems. Dit zijn graslanden met een lage productie en vooral meerjarige soorten. het gaat om de heischrale graslanden met kenmerkende soorten zoals Borstelgras, Tandjesgras, Tormentil en Liggend walstro. Ook soortenrijke Struisgraslanden met soorten als Zandblauwtje, Grasklokje en Muizenoor behoren tot dit type.

heeft als karakteristieke soort
heeft als karakteristieke soort
heeft als kenmerkende soort
heeft als kenmerkende soort
heeft als kenmerkende soort
heeft als kenmerkende soort
heeft als kenmerkende soort
heeft als kenmerkende soort
heeft als kenmerkende soort
heeft als kenmerkende soort
heeft als kenmerkende soort
heeft als kenmerkende soort
heeft als kenmerkende soort
heeft als kenmerkende soort
heeft als kenmerkende soort
heeft als kenmerkende soort
heeft als kenmerkende soort
heeft als kenmerkende soort
heeft als kenmerkende soort
heeft als kenmerkende soort
heeft als kenmerkende soort
heeft als kenmerkende soort
heeft als kenmerkende soort
heeft als kenmerkende soort
heeft als kenmerkende soort
heeft als kenmerkende soort
heeft als kenmerkende soort
heeft als kenmerkende soort
heeft als kenmerkende soort
heeft als kenmerkende soort
heeft als kenmerkende soort
heeft als kenmerkende soort
heeft als kenmerkende soort
heeft als kenmerkende soort
heeft als kenmerkende soort

Natuurbeheer: 

Maaien is de meest aangewezen beheervorm, zeker voor kleine relicten. Voor grotere gebieden is eventueel een combinatie mogelijk met nabegrazing. In drogere types kan ook extensieve seizoensbegrazing een geschikte beheersvorm zijn.

Bedreigingen: 

- De iets voedselrijkere plekken van het heidelandschap kwamen historisch het eerst in aanmerking voor ontginning tot landbouwgrond of voor bosbouw, wat de actuele zeldzaamheid van het habitattype mee verklaart. - Bij stopzetten van hooi- of begrazingsbeheer vindt vergrassing met soorten als Gewoon struisgras plaats en/of opslag van struweel en verbossing. - Bij te intensieve betreding of begrazing ontstaan soortenarme begroeiingen. - Verdroging en/of eutrofiëring (o.a. via atmosferische stikstofdepositie) leiden tot vergrassing met Bochtige smele in droge milieus of met Pijpenstrootje en Gestreepte witbol of Pitrus in vochtige omstandigheden. - Kritische kensoorten (bv. Klokjesgentiaan) verdwijnen bij verzuring van het grondwater in de wortelzone. - Relictvegetaties langs bosdreven en onverharde wegen worden bedreigd door o.a. wegverharding, onaangepast bermbeheer en intensieve betreding.