Glanshaver- en Grote vossenstaartgraslanden (6510)

Beschrijving: 

Dit habitattype omvat Glanshavergraslanden en Grote vossenstaartgraslanden. Glanshavergraslanden komen voor op vochtige tot frisse bodems, Grote vossenstaartgraslanden vinden we terug op bodems de regelmatig in de winter overstromen. Goed ontwikkelde voorbeelden van beide types zijn zeldzaam geworden in Vlaanderen. Typische soorten van het Glanshavergrasland zijn Groot streepzaad, Glad walstro en Beemdkroon. Grote vossenstaartgraslanden zijn vaak wat minder bloemenrijk, een typische soort van dit graslandtype is Weidekervel-torkruid. Ook de mooie Grote pimpernel komt voor in Vossenstaartgraslanden, maar deze kan je ook vinden in Glanshaverhooilanden.

heeft als karakteristieke soort
Saxicola rubetra

Natuurbeheer: 

Voor de instandhouding van soortenrijke Glanshavergraslanden is een volgehouden maaibeheer noodzakelijk. In de regel worden deze graslanden twee keer per jaar gemaaid in de periode juni-september, bij voorkeur met per perceel weinig spreiding in het maaitijdstip en met aandacht voor de bloei en zaadvorming van de bijzondere soorten. Nabeweiding is een geschikte beheermaatregel voor hooilanden met een te geringe hergroei voor een tweede maaibeurt, maar een te hoge vegetatie om zo de winter in te gaan. Een lichte seizoensbeweiding, waarbij de dieren pas ingeschaard worden vanaf eind juni, kan op droge, niet te voedselrijke bodem zorgen voor de instandhouding van een variant van het habitattype met ook een aandeel bloemrijke ruigte en struweel. Voor de Grote vossenstaartgraslanden is een goede waterkwaliteit bij overstroming belangrijk.

Bedreigingen: 

  • De intensivering in de landbouw is nefast voor het behoud van het habitattype. Veel voorkomende oorzaken zijn: bemesten en scheuren van grasland, herbicidengebruik, omvorming van hooi- naar begrazingsbeheer, drainage en te vroege maaidata. 
  • Door stopzetting van het maaibeheer verruigen de graslanden tot ruderale vegetaties.
  • Beplanting met populier.
  • Langs wegbermen en dijken wordt het habitattype vooral bedreigd door onaangepaste maaidata en geen of onvoldoende afvoer van het maaisel.
  • Overstromingen met verontreinigd water leiden tot het verdwijnen van gevoelige soorten.
  • Ontgrondingen in de Maasvallei vernietigden Grote pimpernel- hooilanden en verhinderen herstel op potentiële groeiplaatsen.
  • Opspuitingen en dijkwerken in grote riviervalleien.