Actief hoogveen (7110)

Beschrijving: 

Actief hoogveen bestaat uit goed ontwikkelde veenmostapijten die nog steeds over een significante oppervlakte en vooral in de hoogte aangroeien. Door het groot vochtabsorberend vermogen en de voortdurende groei van verschillende soorten veenmossen ontstaat een veenlichaam dat vrijwel uitsluitend door regenwater gevoed wordt. De veenmosbulten komen meestal in afwisseling voor met slenken waarin ondiep water staat. Hoogvenen komen in Vlaanderen nagenoeg niet meer voor en grote hoogveengebieden ontbreken. Enkele hoogveensoorten, zoals Lavendelhei en Kleine veenbes kunnen wel aanwezig zijn in venige, natte heides met een permanent hoge waterstand. Door een te sterke grondwaterinvloed en een veendikte van slechts enkele tot tientallen centimeter horen deze evenwel tot habitattype 7140 of 4010.

Natuurbeheer: 

Actief hoogveen vraagt in principe geen inwendig beheer. Het uitwendige beheer is daarentegen zeer belangrijk en bestaat vooral uit het tegengaan van ontwatering, eutrofiëring en betreding.

Bedreigingen: 

  • Ontginning voor turfwinning leidt tot directe vernietiging van het (hoog)veen.
  • Ontwatering en verdroging leiden tot uitdroging van het veen. Door Veenpluis gedomineerde vegetaties duiden op ontwaterde maar nog steeds vochtige veengronden. Bij verdere ontwatering ontstaan graslanden met een dominantie van Pijpenstrootje of Gagelstruwelen, die kunnen evolueren naar loofbos.
  • Te grote seizoenschommelingen van het waterpeil kunnen leiden tot het verdwijnen van de typische hoogveensoorten.
  • Instroom van verontreinigd water, atmosferische deposities en mineralisatie als gevolg van branden en verdroging leiden tot eutrofiëring.
  • Hoogveenvegetaties zijn zeer gevoelig voor betreding. Het ontstaan van onbegroeide plekken omwille van overbetreding, het intensief gebruik van paden, brand, afval, voertuigsporen, enz.