Groentje

Callophrys rubi

Beschrijving: 

Het Groentje komt voor op vochtige en droge heide, in struwelen en bosranden en in kapvlakten. De soort heeft 1 generatie van begin april tot eind juli met een piek tussen 7 mei en 20 juni. De vliegtijd van het Groentje is in vergelijking met de periode 1981-2000 met maar liefst 8-10 dagen vervroegd. De eitjes worden afzonderlijk afgezet op de bloemhoofdjes van Gewone dophei, Gaspeldoorn, Brem, Verfbrem, Blauwe bosbes, Kleine veenbes, braam, Sporkehout en Struikhei. De verpopping gebeurt op de grond en de poppen worden vermoedelijk door steekmieren ondiep begraven in de grond. De overwintering gebeurt als pop. De mannetjes verdedigen territoria op struikjes of kleine boompjes. De overgang van struwelen of bosranden naar vochtige tot droge heide, schrale bloemrijke graslanden, open plekken in bossen of venen; dat is zijn leefgebied. Vaak gebruikte nectarplanten zijn Sporkehout en Gewone dophei. De vlinders zijn weinig mobiel, tussen de waardplanten en nectarplanten is de afstand best niet groter dan 110m in open gebied en 20 m als er bos tussen ligt. Het Groentje komt vaak in dezelfde gebieden voor als Bont dikkopje, Boomblauwtje, Citroenvlinder, Eikenpage, Groot dikkopje, Heideblauwtje, Heivlinder, Hooibeestje en Kleine vuurvlinder.

Beheer: 

Het Groentje maakt gebruik van boompjes en struiken om een territorium te verdedigen. Bij het beheer op heiden is het dan ook wenselijk om deze landschapselementen te behouden. Daarnaast moet een totale verbossing en verstruweling van heide en kapvlakten vermeden worden door regelmatig te kappen.