Eikenpage

Neozephyrus quercus

Beschrijving: 

De Eikenpage komt voor in bosranden en op open plekken in loofbossen en parken, maar soms ook op grote alleenstaande eiken. De soort heeft 1 generatie van begin juni tot eind augustus met een piek tussen 29 juni en 31 juli. De vliegtijd van de Eikenpage is in vergelijking met de periode 1981-2000 met 4-6 dagen naar voren geschoven. De wijfjes zetten de eitjes afzonderlijk af op de top van een takje of aan de basis van een bladknop van voornamelijk Zomereik. Meestal gebruiken de wijfjes grote zonbeschenen en beschutte takken voor het afzetten van de eitjes. De overwintering gebeurt als ei. De rupsen sluipen het volgende voorjaar uit samen met het uitlopen van de bladknoppen. Bij het uitsluipen eet de rups eerst de eischaal op en boort zich vervolgens in een bloemhoofdje. Nadien spint de rups een web dat het ’s nachts verlaat om op zoek te gaan naar eten. De verpopping kan zowel op de grond als op de boom gebeuren. Sommige mieren, zoals de Bossteekmier bezoeken de rupsen en de poppen en nemen ze soms zelfs mee naar het mierennest. De volwassen vlinders voeden zich voornamelijk met honingdauw, maar dalen soms ook af om nectar te drinken van voornamelijk Sporkehout, maar ook Boerenwormkruid, braam of distel. De vlinders worden over het algemeen als weinig mobiel bestempeld, maar worden nu en dan op grote afstanden van bestaande populaties gezien. De Eikenpage komt vaak in dezelfde gebieden voor als Boomblauwtje, Bruin zandoogje, Citroenvlinder, Dagpauwoog, Gehakkelde aurelia, Groot dikkopje, Hooibeestje, Kleine vuurvlinder, Koevinkje en Zwartsprietdikkopje.

Beheer: 

In tegenstelling tot de Bruine eikenpage zet de Eikenpage eitjes af op grote eiken die vaak op zonnige plekken staan. Het behouden of beheren van grote, zonbeschenen eiken in loofbossen, parken en lanen en mantel-zoomvegetaties met Sporkehout en braam kunnen geschikte eiafzetplaatsen en nectarbronnen behouden of creëren voor de Eikenpage.