Beuk

Fagus sylvatica

Habitat: 

Beuk is een van onze grootste boomsoorten. De soort gedijt van nature op zowat alle bodems, op voorwaarde dat de grondwatertafel niet te hoog is en de standplaats niet onder water komt. Ook te sterk verdrogende of te voedselarme standplaatsen worden meestal slecht verdragen, evenals niet voldoende gerijpte gronden, zoals nieuw opgespoten terreinen en jonge kleibodems. Het is een schaduwboom bij uitstek die, als hij eenmaal met zijn bladerkroon boven de andere boomsoorten is uitgegroeid, de neiging heeft de andere boomgroei te onderdrukken. Bovendien verzuurt zijn slecht verterend strooisel de bodem. Zijn voorkeur gaat uit naar wat diepere, al dan niet kalkhoudende, vochtige leemgronden. Maar ook in de Zandstreek en op zandige heuveltoppen (bv. in het zuiden van Westen Oost-Vlaanderen) zou hij van nature waarschijnlijk het boslandschap mettertijd gaan domineren. Door bosdegradatie onder invloed van de mens, kreeg hij het vooral vanafde Middeleeuwen erg zwaar te verduren. Vanaf het einde van de achttiende eeuw werden zijn kwaliteiten als productieboom weer hoger aangeslagen (bv. in Zonien) en werd hij meer en meer aangeplant.