Natuurstreefbeeld: Doornstruweel (rbbsp)

Beschrijving: 

Doornstruwelen worden gedomineerd door doornstruiken, zoals Sleedoorn, Eenstijlige meidoorn, rozen, en/of bramen. Van nature komen doornstruwelen voor als mantels van verschillende bossen. Ook binnen deze bossen komen ze voor als tijdelijk stadium bij regeneratie na windval of kappen. In deze gevallen worden ze bij het bostype ingedeeld en niet als aparte eenheid gezien.
Als bramen domineren en de bedekking van andere doornstruiken is minder dan 30% dan behoort dit niet tot het rbb. Zijn er echter meer dan 5 soorten doornstruiken of rozen aanwezig, of staan er zeldzame rozen zoals Kraagroos of Viltroos in, dan spreekt men van een goed ontwikkeld rbb-doornstruweel (rbbsp).

Doornstruwelen vormen onder natuurlijke omstandigheden vaak de overgang tussen grazige weiden en matig voedselrijke bossen. Tegenwoordig zijn de meeste doornstruwelen evenwel gerelateerd aan historische of huidige begrazing waarbij het meestal lint- of puntvormige elementen zijn. Dikwijls zijn ze aangeplant als een of andere vorm van natuur- of landschapsbeheer. Door extensieve begrazing worden deze struwelen in stand gehouden. De minder goed beschermde houtige soorten worden begraasd zodat de stekelinge struweelsoorten een competitief voordeel hebben. Het gaat om tijdelijke vegetaties die naast begrazing ook door cyclisch kappen in stand worden gehouden. Deze struwelen staan zeer vaak in contact met nitrofiele zomen en ruigten. Deze kunnen in cultuurmilieu vervangen worden door soortenarme matig voedselrijke tot voedselrijke graslanden (6120, 6210, 6230_hk, 6510, rbbkam, rbbvos). Door successie kunnen de vegetaties van dit type overgaan in voedselrijke eiken- en beukenbossen (9110, 9130, 9160).

heeft als indicator van een goede toestand
Rosa tomentosa