Haagbeuk

Carpinus betulus

Beschrijving: 

Haagbeuk kan je herkennen aan zijn dubbelgezaagde verspreidstaande bladeren. De stam heeft een wat grillige vorm, waardoor deze gespierd lijkt. Het is een middelhoge boom die 15 tot 25 m hoog kan worden. Meestal vind je hem in de nevenetage. 

Habitat: 

Haagbeuk groeit van nature op voedselrijke, lemige, zandige of licht kleiige, bij voorkeur humeuze bodems. De soort gedijt op zuur, neutraal tot kalkrijk substraat. Op wat warmere, beschutte standplaatsen kan ze als middelgrote boom weelderig groeien in de schaduw van boomsoorten zoals eik en beuk, maar onder zich sluitende beukenkronen kan ze zich maar heel beperkt handhaven. Qua vochtbehoefte mijdt ze extremen. Het meest florissant vindt men haagbeuk in gemengde loofbossen van het eiken-haagbeukenbos. In hoeverre dat door vegetatiekundigen naar haagbeuk genoemde bostype overal natuurlijk is, is echter zeer de vraag. Haagbeuk is zowat de laatste van de als inheems beschouwde boomsoorten die hier na de laatste ijstijd op eigen kracht is geraakt. Door het traditionele hakhout- en middelhoutbeheer werd de soort bevoordeeld, vooral ten koste van beuk. In de hakhoutlaag van vooral de wat meer warmteminnende hellingbossen werd haagbeuk een van de belangrijkere, zoniet de belangrijkste soort. Buiten het bos vindt men ze vaak langs holle wegen en in houtkanten.