Greppelrus

Juncus bufonius

Habitat: 

Greppelrus is een zeer variabele soort. Afhankelijk van de flora onderscheidt men ofwel verschillende variëteiten en ondersoorten, ofwel verschillende soorten, ofwel een combinatie daarvan. De vroeger als ondersoort beschouwde zilte greppelrus wordt conform de Belgische Flora (LAMBINON et al. 2004) hier als een aparte soort behandeld. Greppelrus is een typische pioniersplant die graag op sterk verstoorde, vochtig tot vrij natte plaatsen groeit. De habitat waarin de soort voorkomt kan extreem variëren: sterk betreden vochtig grasland (vooral weide-ingangen), slootranden, dichtgeslempte voren in akkers en moestuinen, erosiegeultjes langs wegen en paden, dichtgeslagen slib langs recentelijk geruimde waterlopen en drooggevallen poelen of sloten, verslempte sporen van voertuigen op onverharde wegen en kapvlakten, enz. De soort staat bij voorkeur op nogal lichtrijke plekken op naakte, zandige en zandlemige bodems, maar ook op leem komt greppelrus geregeld voor. Zware klei en veen worden gemeden. Greppelrus is een vochtindicator, maar verdraagt goed uitdroging. Voor het overige treft men de soort aan op zowel eerder voedselarme als voedselrijke bodems. Ook de zuurgraad maakt niet zoveel uit, hoewel extremen wel worden vermeden. Greppelrus vormt een langlevende zaadbank.