Grote wolfsklauw

Lycopodium clavatum

Habitat: 

Grote wolfsklauw is een pionier van droge, voedselarme, zure zandgronden. De soort is vooral te vinden op droge stuifduinen met een droge, open heidebegroeiing, maar ook in de ondergroei van halfopen eikenberkenbos of open dennenbos.

Nederlandse oecologische flora

De Grote wolfsklauw is een helder donkergroene, laag blíjvende plant met ver kruipende stengels, die soms een paar meter lang worden. De sporen zijn midden in de zomer rijp, eerder dan die van de andere inheemse Wolfsklauwen. De stengels zijn dicht bezet met tamelijk zachte bladeren, die uitlopen in een witte haarpunt. Deze haren geven de plant een karakteristiek 'wollig' uiterlijk. De sporenaren staan aan zijstengels, die zich aan het eind iets oprichten en overgaan in een lange, ijl bebladerde steel. Die is bovenaan gevorkt en draagt gewoonlijk twee, soms meer lange, compacte sporenaren. De gelige, gekartelde, driehoekige sporenbladen lopen net als de overige bladeren ín een haarpunt uit. In de herfst verdrogen de aren met hun steel.

De Grote wolfsklauw is een kosmopoliet, al ontbreekt hij in een groot deel van Afrika. Hij komt voor in de koude en gematigde streken van beide halfronden. In de tropen is hij tot gebergten beperkt. Overigens is de Grote wolfsklauw mínder een gebergteplant dan de Plompe en de Stekende wolfsklauw. In Nederland was hij vroeger een vrij gewone verschijning in heidegebieden, vooral in het noordoosten en midden van het land. In de loop van de 20ste eeuw is de Grote wolfsklauw enorm achteruitgegaan, zodat hij nu een zeldzaamheid is geworden.

De Grote wolfsklauw groeit op beschutte, meestal licht beschaduwde plekken op matig droge, kalkarme zandgrond, waar nooit water blijft staan maar die ook niet sterk uitdrogen. Vooral op noordhellingen in stuifzandgebieden is deze plant te vinden, vaak in een open, grazige heidevegetatie met ijl groeiende Grove den (Pinus sylvestris). Dikwijls groeit zij op enigszins gestoorde plekken: aan zandwallen, langs karresporen, in grindgroeven. Een enkele maal vestigt de Grote wolfsklauw zich in terreininsnijdingen, die bij de aanleg van verkeerswegen zijn gemaakt. Een bedreiging voor de plant vormt het afbranden van heidevelden.

© E.J. Weeda, Nederlandse Oecologische flora, IVN, 1985 (deel 1).