Hakhoutbeheer

Hakhoutbeheer

Hakhout werd in het verleden veel toegepast om brand- en geriefhout te produceren door de bomen om de 6-10 jaar af te hakken en weer laten op te schieten. Meestal was de rotatieperiode eerder kort; door de rotatie te verlengen kon ook klein werkhout geproduceerd worden. Van eikenhakhout werd vaak de schors geoogst om leer mee te looien (eek) en in grienden konden jaarlijks wilgentenen voor mandenvlechterij gekapt worden. Hakhoutbeheer lukt enkel met loofboomsoorten, omdat die slapende knoppen in de schors hebben waaruit nieuwe scheuten kunnen ontstaan. Naaldbomen hebben die eigenschap (meestal) niet. Het relatief dunne hout was gemakkelijk af te hakken met een bijl of kapmes. Logisch, want motorzaag en kliefmachine bestonden nog niet.