Weideklokje

Campanula patula

Habitat: 

Weideklokje is in Vlaanderen ingevoerd met graszaad uit de Alpen of plaatselijk ontsnapt uit tuinen. Slechts één groeiplaats, namelijk die in de vloeiweiden van Lommel, is goed beschreven qua milieu. Weideklokje is hier met graszaad uit de Italiaanse Alpen aangevoerd rond 1850 (MERTENS & SIMONS 1982, BERTEN 1989). De vloeiweiden, oorspronkelijk een zuur zandgebied, worden sinds de negentiende eeuw bevloeid met kalkrijk water uit de Maas. Weideklokje staat op de eerder droge plaatsen in de vloeiweiden: niet in de bevloeiingsgreppels zelf, maar op de hogergelegen bedden tussen de greppels. De standplaats is matig voedselrijk, waardoor het glanshaververbond de dominante plantengemeenschap is. De vloeiweiden worden nu minder frequent bevloeid dan vroeger. Ze worden momenteel ook uitsluitend gehooid en niet langer nabegraasd. Ondanks pogingen om het traditionele beheer zo goed mogelijk te handhaven, kwijnt weideklokje, net als een aantal ande- re aangevoerde soorten, langzaam maar zeker weg.