Tuinvijver

Er zijn weinig groenvormen die zoveel soorten per m² bevatten als vijvers. Zelfs vijvers van een vierkante meter groot en 35cm diep zijn al een zo grote meerwaarde voor een tuin dat je al een goede reden moet hebben om er geen aan te leggen.
Amfibieën en libellen leggen er eitjes in, vogels komen er drinken en baden, egels zoeken er slakjes en water, waterkevers en -wantsen jagen er op watervlooien, kortom, bijna elke tuinsoort profiteert van wat extra water. Een tuin mét vijver bevat duidelijk meer soortenrijkdom dan een zonder.

Er zijn echter twee voorwaarden om een supervijver te hebben, en grootte is er dus niet een van. Wel de aanwezigheid van veel planten, zowel onder als boven water en verrassend genoeg de afwezigheid van vis. Vissen eten larven van libellen en salamanders, eten het voedsel van waterkevers en woelen de bodem om. Er verdwijnen veel soorten uit vijvers waar vissen in uitgezet zijn, omdat vissen van nature niet in kleine poelen en vijvers voorkomen. Maar, wil je echt vissen, zorg dan dat ze met weinig zijn, en creëer een rijke oevervegetatie en bedek de bodem met een massa ondergedoken waterplanten. Zo hebben de andere soorten nog wat schuilmogelijkheid en kunnen sommige salamanderlarven toch overleven.

Een rijke tuinvijver ligt in de zon en bevat weinig voedingsstoffen, waardoor het water helder is. Troebele vijvers bevatten teveel fosfaat, hetzij uit de slibbodem, hetzij door bij te voederen of stoffen die in de vijver spoelen. Bij troebel water is een grote schoonmaak aan de orde.

En wat met muggen? Die leven niet graag in vijvers vol met predatoren als kevers en libellenlarven. Zij zoeken meestal een rustig plekje op, een plasje water in een regengoot, een dekzeil of een oude emmer in een hoek ergens.

Aanleg en beheer

Ideaal is natuurlijk een plaats in de tuin waar het grondwater zo hoog komt dat je enkel een put moet graven. Dat is maar uiterst zelden mogelijk, dus moeten we voorzien in een waterkerende laag. Dat is meestal folie of een voorgevormd vijvertje.  Voor grotere vijvers wordt ook gewerkt met beton, polyester of kleimatten. Voor de natuur maakt het echter niet uit. Bekijk even met een specialist wat voor jou de handigste oplossing is, elk systeem heeft zijn voor- en nadelen.

Eenmaal aangelegd, moeten er water en waterplanten in. Regenwater, kraantjeswater, putwater, beekwater,... ze hebben allemaal andere eigenschappen. Belangrijk is dat er geen voedingsstoffen in zitten. Dus beekwater valt al af. Regenwater is prima, maar vrij zuur. Er zijn echter een heleboel planten die dat prima vinden. Kraantjeswater is meestal kalkrijker en arm aan voedingsstoffen. Prima dus, en meer planten- en diersoorten vinden dit leuk. Maar kraantjeswater is om andere redenen niet zo'n goed idee, tenzij het een klein vijvertje of regenton is. Putwater kan als het water geen fosfaten en nitraten bevat. Je kan ook mengen, maar let op dat je de zuurtegraad niet teveel laat schommelen doorheen de tijd.

Gebruik geen potaarde of grond, maar eerder zand of een ander substraat dat geen voedingsstoffen bevat. Anders krijg je gegarandeerd algenbloei.

Qua planten kies je voor inheemse soorten, en een goede mix van oeverplanten, drijvende planten en ondergedoken waterplanten.

Het onderhoud komt pas na een paar jaar, wanneer de planten alles dichtgegroeid hebben. Verwijder in de herfst gewoon genoeg planten zodat de vijver weer wat open is. In de lente zitten er teveel larfjes tussen de planten. Als je geen vissen of exotische planten hebt, kan je wellicht iemand helpen die net een vijver heeft aangelegd. Je kan dan een oproep doen op social media om je plantjes te komen halen.