Hoe een vleermuistoren bouwen

Het eerste vleermuizenhotel in België

Vleermuizen hebben steeds meer moeite om geschikte zomerverblijfplaatsen te vinden waar ze overdag ongestoord kunnen slapen en hun jong kunnen grootbrengen. Hoewel aan bestaande gebouwen soms wel aanpassingen worden gedaan om ze vleermuisvriendelijker in te richten, blijkt het merendeel van de nieuwe of gerenoveerde huizen ontoegankelijk voor deze dieren. Om hier een antwoord op te bieden, bundelden in 2012 het Regionaal Landschap, scholengemeenschap KOGEKA (Katholiek Onderwijs Geel - Kasterlee) en de Vleermuizenwerkgroep van Natuurpunt de krachten voor het ontwerp van de eerste vleermuizentoren in België, dit in navolging van de vleermuizentoren gebouwd in de Ebro Delta (Spanje).
De toren werd vervaardigd met de steun van de gemeente Vorselaar en de provincie Antwerpen.

Een extra zomerverblijfplaats

Voor u pronkt de eerste vleermuizentoren van Vlaanderen. Wat een eenvoudig uit de kluiten gewassen vogelhuisje lijkt, is een groot zomerverblijf voor vleermuizen. Deze 6,2 meter hoge constructie met binnenin diverse compartimenten die elk qua vorm en binnenklimaat verschillen van elkaar bieden een zomerverblijfplaats voor verschillende vleermuizensoorten.

Vleermuizentoren langs de Aa bij de schapenstal in Vorselaar

Het 6,5 meter hoge hotel op palen bevat 3 verschillende compartimenten die elk qua vorm en binnenklimaat van elkaar verschillen. Op deze manier wordt de toren geschikt voor dwergvleermuizen, Laatvlieger, Watervleermuis, Baardvleermuis en grootoorvleermuizen.
Aangezien vleermuizen een voorkeur hebben voor halfopen landschappen met veel structuur en kleine landschapselementen was de plaatsing van de toren langs de Aa in Vorselaar evident. Deze gemeente was ook de eerste in Vlaanderen die een kerkzolder vleermuisvriendelijk liet inrichten.

Een vleermuizentoren bouwen kost veel tijd en werk

Na het volledig ambachtelijk bewerken van de materialen en basisconstructie werd alles geassembleerd. In totaal werkten 53 leerlingen en een 7-tal leerkrachten zeven maanden lang aan de toren. Veel werk ging naar het ruwen van het volledige binnenwerk, zodat de vleermuizen zich met hun nagels aan het ruwe oppervlak kunnen vasthouden. Met uitzondering van de zuidzijde werd de toren volledig geïsoleerd. De buitenafwerking bestaat uit leistenen omdat die de warmte van de zon goed absorberen en vasthouden. Het resultaat is een toren van 1,4 ton zwaar die plaats kan bieden aan enkele honderden vleermuizen. Even voordat de toren tentoongesteld werd tijdens de opendeurdag van de school, bleek er al een dwergvleermuis in te zitten.

En in de winter?

De toren is een zomerverblijf waar vleermuizen gebruik van maken van april tot oktober. Door de jaarlijkse massale sterfte van insecten tijdens de eerste wintermaanden zijn vleermuizen genoodzaakt een winterslaap te houden. Daarvoor verhuizen ze in het najaar naar dikwandige gebouwen, zoals bunkers, de forten rond Antwerpen, ruïnes van steenbakkerijen of oude ijskelders.