Het basisgebruik van een batdetector

Wat is een batdetector?

Een batdetector is een toestel dat via elektronische weg ultrasone geluiden omzet naar voor ons hoorbare geluiden. Om het ultrasoon signaal van een vleermuis om te vormen zodat het hoorbaar wordt, kunnen drie verschillende technieken worden toegepast:

  • de afstembare of heterodyne detector (meest gebruikt systeem),
  • de delingsdetector of frequency-division detector,
  • de vertragingsdetector of time-expension detector.

Elk hebben ze hun voor- en nadelen. Voor het basisgebruik gaan we ons uitsluitend toeleggen op de hetereodyne detector. Elke detector is uitgerust met een aansluiting voor koptelefoon en opnametoestel, daarnaast is er ook altijd een volume – en frequentie regelknop voorzien. Met de volumeknop regelt men de sterkte van het hoorbare geluid. Met de frequentieknop wordt de middenfrequentie van het venster ingesteld. Naargelang de breedte van het venster wordt een gedeelte van de frequentie boven en onder deze middenfrequentie doorgelaten. De rest wordt weg gefilterd. Is de venster- of bandbreedte van het toestel bv. 5 kHz en de ingestelde frequentie 40 kHz, dan hoort men het deel van het signaal tussen 35 en 45 kHz.

Praktisch gebruik van de detector

De frequenties die weergegeven worden op het toestel zijn in kilohertz (kHz) of 1000 trillingen per seconde.
Een heterodyne detector zal enkel die vleermuissoorten hoorbaar kunnen maken indien hun ultrasoon signaal overeenkomt met die frequentie waar het toestel op staat bv. 40 kHz. Zo zal men op die frequentie geen rosse vleermuis kunnen horen omdat deze signalen uitzendt van rond de 20 kHz, een gewone dwergvleermuis daarentegen zendt wel uit op deze frequentie en zal dus hoorbaar zijn op de detector.

Batdetectorhandleiding voor beginners

Een handleiding voor de determinatie van de meest voorkomende vleermuizen in Vlaanderen met behulp van heterodyne vleermuisdetectoren. Om vleermuizen met de bat-detector te kunnen determineren is het belangrijk om eerst te begrijpen hoe dit toestel functioneert en hoe de sonar van een vleermuis...

Download (2.03 MB)

Voorbeelden van geluiden van verschillende soorten

Ingekorven vleermuizen jagen rond boomkronen op een kerkplein (Heterodyne-opname op 45Khz, Marc Van De Sijpe)

Kleine hoefijzerneus vliegt in een ruine (Heterodyne-opname op 109 Khz, Marc Van De Sijpe)

Laatvlieger jaagt in een park (Heterodyne-opname op 25 Khz, Marc Van De Sijpe)

Laatvliegers vliegen uit kerkzolder (Heterodyne-opname op 30 Khz, Marc Van De Sijpe)

Meervleermuis snel en rechtlijnig vliegend laag boven open water (Heterodyne-opname op 35 Khz, Marc Van De Sijpe)

Meervleermuizen jagen laag boven open water (Heterodyne-opname op 35 Khz, Marc Van De Sijpe)

Mopsvleermuis jaagt rond een ruine (Heterodyne-opname op 32 Khz, Marc Van De Sijpe)

Rosse vleermuizen jagen hoog boven een grote plas (Heterodyne-opname op 19 Khz, Marc Van De Sijpe)

Rosse vleermuizen jagen hoog boven weilanden langs het bos (Heterodyne-opname op 17 Khz, Marc Van De Sijpe)

Ruige dwergvleermuis jaagt boven water (Heterodyne-opname op 37 Khz, Marc Van De Sijpe)

Ruige dwergvleermuis sociale geluiden (Heterodyne-opname op 33 Khz, Marc Van De Sijpe)

Vale vleermuis jaagt rond een abdij (Heterodyne-opname op 33 Khz, Marc Van De Sijpe)

Vale vleermuizen op vliegroute in een park (Heterodyne-opname op 27 Khz, Marc Van De Sijpe)

Vangstbuzz van een meervleermuis laag boven water (Heterodyne-opname op 35 Khz, Marc Van De Sijpe)

Watervleermuis jaagt laag boven open water (Heterodyne-opname op 42 Khz, Marc Van De Sijpe)

Watervleermuizen op vliegroute boven een bospad (Heterodyne-opname op 40 Khz, Marc Van De Sijpe)

Zwermende kleine hoefijzerneuzen in een ruine (Heterodyne-opname op 109 Khz, Marc Van De Sijpe)

Baardvleermuis jaagt boven een poel in een bos (Heterodyne-opname op 45 Khz, Marc Van De Sijpe)

Bechsteins vleermuis vliegt rond in een mergelgroeve (Heterodyne-opname op 45 Khz, Marc Van De Sijpe)

Bosvleermuis jaagt boven een vijver (Heterodyne-opname op 23 Khz, Marc Van De Sijpe)

Franjestaart jaagt rond struikgewas in een park (Heterodyne-opname op 45 Khz, Marc Van De Sijpe)

Gewone dwergvleermuis jaagt in een park (Heterodyne-opname op 45 Khz, Marc Van De Sijpe)

Gewone dwergvleermuis sociale geluiden (Heterodyne-opname op 20 Khz, Marc Van De Sijpe)

Grootoorvleermuis jaagt boven een bospad (Heterodyne-opname op 40 Khz, Marc Van De Sijpe)

Grootoorvleermuis sociale roepen terodyne-opname op 15 Khz, Marc Van De Sijpe)

Grootoorvleermuizen vliegen uit kerkzolder (Heterodyne-opname op 29 Khz, Marc Van De Sijpe)

Grote hoefijzerneus jaagt in een park (Heterodyne-opname op 80 Khz, Marc Van De Sijpe)

Hoe werkt de detector van het type heterodyne?

De ritmische, ultrasone geluiden die de vleermuizen tijdens de vlucht uitstoten en die de microfoon van de detector ontvangt, worden in het apparaat verwerkt en omgezet naar geluiden die voor het menselijk gehoor waarneembaar zijn. Alle ultrasoon detectoren verlagen daartoe de oorspronkelijke frequenties van het geluid.
Bij heterodyne worden de door de microfoon ontvangen geluiden (afkomstig van de vleermuis die even verderop roept) gemengd met een intern signaal met een vaste, regelbare frequentie. Het is de gebruiker die op elk moment de frequentie van het intern signaal kiest, door middel van de draaiknop op de detector. Als de twee geluiden met elkaar gemengd worden, is het resultaat een nieuw geluid met een frequentie die gelijk is aan het verschil tussen de frequenties van de twee originele geluidssignalen.
De geluiden, zoals ze met een heterodyne batdetector te horen zijn, laten zich min of meer beschrijven door 4 belangrijke parameters: het type geluid (klankrijk of nat – toonloos of droog), de beste frequentie (piekfrequentie), het ritme (snelheid en regelmaat) en de geluidssterkte. Toch is het niet eenvoudig alles onder woorden te brengen. Subtiele verschillen kunnen waargenomen worden.

Een voorbeeldje

Stel een ruige dwergvleermuis die geluiden bij 37 kHz uitzendt. De waarnemer heeft de detector op 42 kHz gezet: uit de luidspreker van het toestel klinken de ritmische geluiden van de ruige dwergvleermuis met een frequentie van 5 kHz (42-37). Stel de waarnemer verlaagt de frequentie van de detector naar 38 kHz: uit de luidspreker klinken de geluiden nu met een frequentie van 1 kHz (38-37). De laatste geluiden (1 kHz) klinken lager van toon dan de eerste (5 kHz). Dit is een belangrijk punt voor het begrijpen en interpreteren van de geluiden zoals je ze met de heterodyne detector hoort. Hoor je geluiden met lage tonen, dan weet je dat de door jou gekozen frequentie heel dicht bij de frequentie van het ontvangen geluid ligt. Hoor je daarentegen hoge tonen, dan weet je dat de ingestelde frequentie op de detector nog een eind verwijderd is van de frequentie van het ontvangen geluid. Je weet echter daarmee nog niet of de frequentie van het ontvangen geluid hoger of lager is dan de ingestelde frequentie. Als je langzaam de frequentie van de detector verlaagt en het geluid wordt steeds lager van toon, wil dat zeggen dat je steeds dichter bij de frequentie van het ontvangen geluid komt. Wordt de toonhoogte daarentegen nog hoger, dan ben je je nog verder aan het verwijderen van de frequentie van het ontvangen geluid. Dan ligt de frequentie van het geluid hoger dan de door jou gekozen frequentie.
Een geluid met een lage toonhoogte (“do” in “do-re-mi”, 1 kHz) heeft in feite een lage frequentie. Frequentie is dus niets anders dan toonhoogte. Een geluid met een hoge toonhoogte (“mi” in “do-re-mi”, 5 kHz) heeft een hoge frequentie.

Het type geluid

Jagende vleermuizen gebruiken grosso modo twee soorten geluid, twee extremen, met daartussen in allerlei overgangsvormen. Men spreekt van de open-habitat vleermuizen (rosse vleermuis, laatvlieger, dwergvleermuis) en van de gesloten-habitat vleermuizen (grootoorvleermuis, watervleermuis, franjestaart, baardvleermuis,…). De eerste categorie vleermuizen vliegt en jaagt graag in de open lucht, ver van de vegetatie vandaan of in het zogenaamde halfopen habitat, minder ver van de vegetatie vandaan, maar toch steeds op een minimale afstand van de obstakels. Deze vleermuizen gebruiken voor echolocatie geluiden waarmee zij redelijk ver vooruit kunnen ‘zien’; deze geluiden duren relatief lang. Met de (heterodyne) detector hoor je ze als klankrijke (natte) geluiden.
Wanneer vleermuizen dicht tegen obstakels vliegen, produceren zij zeer korte geluiden; met de detector hoor je geen klank meer in het geluid: het zijn toonloze (droge) geluiden. Het enige wat je hoort, is een soort geratel.

Het ritme

Een belangrijke parameter voor interpretatie van vleermuisgeluiden is het ritme. Onder ritme verstaat men de snelheid waarmee de geluiden herhaald worden en de mate van regelmaat of van onregelmatigheden in de opeenvolging van de geluiden. Het ritme kan een hulp zijn bij het onderscheid tussen soorten; het zegt bovendien veel over de structuur van de habitat waarin de vleermuis vliegt.

Een snel ritme gebruikt een vleermuis wanneer ze dicht tegen obstakels vliegt of ingewikkelde manoevers maakt (bochten, prooien vangen). In dat geval heeft het dier behoefte aan veel informatie over haar omgeving, informatie die ook snel moet ververst worden. Een langzaam ritme wordt gebruikt wanneer de vleermuizen in echt open landschap rondvliegen; een snel ritme gaat steeds gepaard met een toonloos geluid en een langzaam ritme vaak met een klankrijk geluid.

De geluidssterkte

Deze is heel variabel en moeilijk te interpreteren omdat de afstand tussen de waarnemer en de voorbijvliegende vleermuis een grote rol speelt. In het algemeen geldt dat de geluidssterkte toeneemt naarmate de vleermuis in meer open omgeving rondvliegt. Dat is noodzakelijk om nog echo’s te kunnen ontvangen op grotere afstanden, en zich bijgevolg nog te kunnen oriënteren. Een grootoorvleermuis rondvliegend in een bos produceert een bijzonder zacht geluid, zodat ze maar kan waargenomen worden als ze op een afstand van minder dan 5 meter langs de waarnemer voorbijkomt. Een rosse vleermuis die in de open lucht voorbijvliegt kan met een detector nog op afstanden van meer dan 100 meter waargenomen worden, zo luid is het geluid.

de piekfrequentie

Vleermuizen gebruiken voor echolocatie geluiden waarmee zij redelijk ver vooruit kunnen ‘zien’; deze geluiden duren relatief lang. Met de (heterodyne) detector hoor je ze als klankrijke (natte) geluiden; er is een frequentie waar deze klankrijke geluiden een zeer lage toonhoogte bereiken, die min of meer eigen is aan elke soort: dit de piekfrequentie van het geluid. De lage toon van de resulterende geluiden betekent dat de frequentie van de detector heel dicht staat bij de frequentie van het vleermuisgeluid zelf. Op de piekfrequentie is niet alleen de toonhoogte het laagst, maar klinken de geluiden bovendien het luidst. Het is belangrijk voor determinatie van soorten dat je de piekfrequentie (laagst mogelijke toonhoogte) van het geluid vlot kunt bepalen.
Wanneer vleermuizen dicht tegen obstakels vliegen, produceren zij zeer korte geluiden; met de detector hoor je geen klank meer in het geluid: het zijn toonloze (droge) geluiden. Het enige wat je hoort, is een soort geratel. Het geluid klinkt het luidst op een welbepaalde frequentie; ook dit noemen we de piekfrequentie van het geluid; Bij dit type geluid is er geen toonkwaliteit en dus is er ook geen sprake van toonhoogte. Op welke frequentie de waarnemer zijn detector ook instelt, het geluid klinkt overal waar het kan ontvangen worden als een toonloos, droog geratel. Om de piekfrequentie in dit geval te vinden moet je langzaam de frequentieknop van de detector verdraaien tot op het punt dat je het geluid het luidste hoort. Best doe je dit met de ogen toe en pas als je de luidste geluiden hoort, kijk je naar de display om de frequentie af te lezen

Links