10 tip tips voor je tuin

Het formaat van je tuin speelt geen rol

Een grote tuin of een kleine … per vierkante meter kunnen ze quasi evenveel soorten tellen. En veel kleintjes maken een groot. Gevelbegroeiing, een drinkplekje voor vogels en een bloemenborder of wat bloempotten maken al een heel verschil voor tuindieren.

Gebruik geen pesticiden

Pesticiden zijn nooit selectief, ook de zogenaamd biologische niet. Ze doden planten of dieren die jij niet wil, dat klopt. Maar daar stopt het helaas niet bij. Insecticiden duiken nog steeds massaal op in insectenetende vogels als mezen. En weet je wat? Planten kunnen meer aan dan je denkt. Dus laat die pesticiden gewoon achterwege. Zie ook bladluizen als voedsel voor andere soorten.

Plant zo veel mogelijk inheemse planten.

Inheemse planten zijn belangrijk voor vlinders, bijen en andere insecten. Ok, er zijn een aantal insectensoorten die met alles tevreden zijn. De meeste insecten hebben echter een voorkeur voor één of enkele inheemse plantensoorten. En hoe meer verschillende soorten insecten er in je tuin voorkomen, hoe meer verschillende soorten vogels, salamanders, vleermuizen en andere dieren je zal hebben. Zeggen wij nu dat je geen lavendel of tulpen in je tuin mag planten? Neen hoor! Enkele uitheemse bloemen in de border is helemaal geen probleem, zolang er ook zoveel mogelijk inheemse planten staan.

Hou je gazon zo klein mogelijk

Veel tuinen bestaan uit een grote grasmat met daarrond een dun randje met wat bloemen. Doe het liever omgekeerd. Maak een gazon waar je het nodig hebt om te zitten of te spelen, en tover de rest om tot bloemenborder, bloemenweide en/of struikgewas. Maak van je tuin een mozaïek van verschillende biotoopjes.

Breng structuur aan via hoge borders, struiken en/of bomen

Je wil dus graag veel tuindieren in je tuin. Die hebben niet alleen voedsel nodig, maar ook beschutting. Een plek waar ze een nest kunnen bouwen, schuilen voor slecht weer, slapen… Dat doen ze liefst in dichte vegetatie zoals struikgewas, een haag, een klimplant of hoog in een boom. Een boom brengt bovendien verkoeling in de zomer. Kies er wel een op maat van je tuin, zo vermijd je te veel snoeien.

Doe iets met water

Water brengt veel extra leven in een tuin. Een drinkkom voor vogels of een egel, een halve houten ton met waterjuffers of een echte tuinvijver met libellen en salamanders. Zodra je water in je tuin introduceert, neemt het aantal soorten meteen toe. Water is één van de grootste troeven van een natuurlijke tuin! En wees maar niet bang voor muggen. Hun larven overleven niet in een natuurlijke vijver vol hongerige libellenlarven en salamanders.

Afval is leven

Je zou het misschien niet verwachten, maar heel veel dieren en ook heel wat paddenstoelen leven van dode bladeren en dood hout. Salamanders overwinteren graag onder enkele houtblokken en egels houden hun winterrust in een hoop afgevallen bladeren. Zaadetende vogels komen in de winter op uitgebloeide borderplanten naar zaadjes zoeken, terwijl insecten in de holle stengels slapen. Kuis je tuin niet te grondig op. Je zal er heel wat soorten plezier mee doen.

Beperk verharding

Een terras en tuinpad zijn handig, maar beperk hun oppervlakte. Werk met waterdoorlatende materialen of gebruik graspaden om door je tuin te wandelen.

Maak een lappendeken van je tuin

Hoe meer variatie, hoe beter voor de natuur. Variatie zorgt er ook voor dat er steeds iets te zien is. Nu eens staat de ene border op zijn mooist, dan is de bloemenweide aan de beurt en vervolgens komt de bloemenakker in kleur. Insecten hebben van lente tot herfst nectar en stuifmeel nodig. Anders kunnen ze niet overleven. Door variatie in je tuin te brengen, voorzie je heel wat dieren jaarrond van voedsel.

Wees geduldig en ga op ontdekking

Er zijn twee soorten tuin. De strak aangelegde, die vrij snel lijkt op iets uit de tijdschriften en vervolgens voor altijd hetzelfde blijft. En dan is er de natuurlijke tuin, die rijpt en evolueert, waar allerlei verrassende dieren in blijven opduiken. Een natuurlijke tuin is een tuin die je blijft verbazen. Soms sterft een plant af, maar door de mozaïek en soortenrijkdom staat er steeds een andere klaar. Dat soort tuinen vragen tijd, soms een paar jaar, voor ze indrukwekkend mooi zijn geworden. Zaden kiemen soms niet meteen, struiken vragen tijd om te groeien. Maak je dus bij de aanleg geen zorgen en geef het tijd, zoals een goede wijn.