De hagenbeheercyclus

Bepalen van de structuur en het gepaste beheer

Om hun voortbestaan op lange termijn en hun verschillende functies te garanderen moeten alle hagen een beheercyclus doorlopen. Elke cyclus start met het aanplanten of het verjongen van een bestaande haag door ze te vlechten of af te zetten tot op de grond. Daarna kan de groeisnelheid en de structuur aangestuurd worden door scheren en eventueel vormsnoei. Geen enkele haag kan echter blijvend opgesloten worden in 1 stadium van haar levenscyclus door ze voortdurend te scheren. Dan komen er gaten in en zal ze op termijn wegkwijnen. Ze mag ook niet verwaarloosd worden omdat ze dan evolueert tot een rij bomen.

De 10 fase-schaal in de tabel is oorspronkelijk opgesteld voor meidoornhagen, maar is ook makkelijk bruikbaar voor gemengde hagen. De schaal maakt gebruik van de actuele fysieke toestand van de haag als sleutelfactor om de plek op de schaal te bepalen. Hagen worden het best gescreend in de winter, dan is het mogelijk om elke struik individueel goed te bekijken, ook aan de basis. Zo kun je het gemakkelijkst bepalen aan welke schaal je haag het best beantwoordt en het gepaste beheer erop afstemmen.

De gepaste keuzes voor het beheer staan aangegeven bij elke fase. Er zullen echter altijd hagen zijn die een ander beheer nodig hebben omwille van hun waarde voor fauna en flora, hun betekenis voor het landschap of omwille van veiligheidsvereisten bvb langs wegen.

Voor meer informatie, zie The Hedgerow management cycle leaflet(opent nieuw venster) 

of op de website van hedgelink:

https://hedgelink.org.uk/(opent nieuw venster)

hagen beheer Cyclus : schematisch

FASE

 

BESCHRIJVINGBEHEER
1Landurig intensief geschoren haag.  Veel gaten en weinig stammen, aan de basis knoestig en inrottend.   Invasieve soorten zoals vlier, esdoorn, …

Afzetten tot op de grond.  Invasieve soorten verwijderen. Gaten inboeten met nieuw plantgoed

 

2Overmatig geschoren haag.  Te weinig stammetjes om goed te kunnen vlechten,  soms sporen van vlechtwerk in het verleden.  Knoestige koppen door steeds op dezelfde hoogte geschoren te zijn.  Haag onderaan met naakte stammen  (paddenstoelvormige struiken)

Afzetten tot op de grond.  Gaten inboeten met nieuw plantgoed

 

3Te frequent geschoren haag.  Talrijke stammetjes die nog gezond zijn. Haag moet wat hoger groeien.  Begin van knoestvorming op scheerhoogteStapsgewijs hoger laten worden of laten omhoog groeien om binnen 3-tal jaren te vlechten
4Recent gevlochten, afgezette of geplante haagLicht scheren de eerste jaren, dan scheren om de 2 of 3 jaar en telkens stapsgewijze  hoogtegroei toelaten
5Gezonde, dichte haag met talrijke stammen, hoger dan 2 meterBijvoorkeur scheren om de 2 à 3 jaar.  Hoogtegroei toelaten als knoestvorming onstaat op de scheerlijn.
6
  1. Haag hoger dan 3 meter,  geschoren om de 2à 3 jaar. 
  2. Haag waar bewust niet op beheerd is (non-interventie haag) gedurende meerder jaren
  1. Begin non-interventieperiode
  2. Vormsnoei met cirkelzaagmaaikop en dan scheren om de 2 à 3 jaar of opnieuw non-interventie periode
7Haag met talrijke stammen,  hoger dan 4 meterHaag vlechten of hoogte en breedte terugzetten met cirkelzaagmaaikop.  Reageert ook zeer goed op afzetten tot op de grond.
8Volwassen haag met uitspreidende toppen.  Stammen gezond maar soms al minder talrijk.  Stammen te dik (> 25 cm) om nog te vlechtenOfwel hoogte en breedte terugzetten met cirkelzaagmaaikop ofwel afzetten tot op de grond en open plekken inboeten met jong plantgoed
9Ouder wordende haag met sterfte in de toppen.  Risico op ineenvallen.  Soms gedomineerd door boomsoorten zoals eik, es en esdoornAfzetten tot op de grond met behoud van enkele gezonde bomen.   Gaten inboeten met jong plantgoed
10De haag is geëvolueerd tot een bomenrijBeheren als bomenrij, selectieve dunning indien nodig.  Als er nog struiken staan, de bomen opsnoeien om de struiken meer licht te geven

Voorbeelden van beheercycli

Voorbeeld 1: ( robuuste haag of scheerheg)

  • Een lange periode van jaarlijkse, 2, of 3 jaarlijkse snoei ( principe van snoei op groei)
  • gevolgd door een tussentijdse vormsnoei( = het drastisch inkorten of terugzetten in hoogte en breedte )
  • Gevolgd door een 2e periode van jaarlijkse, 2, of 3 jaarlijkse snoei ( principe van snoei op groei)
    • diverse snoeicycli ( van 1-3)
  • gevolgd door het terugzetten of vlechten
    • start nieuwe serie snoeicycli (stap 1)

Voorbeeld 2: ( bloesemheg of struweelheg)

  • Verschillende jaren van ongestoorde groei ( 5  tot 6 jaar), eventueel de zijkanten wat insnoeien
  • Vormsnoei of sterk terugsnoeien in hoogte en breedte
    • diverse snoeicycli 
  • Terugzetten ( afzetten)  of vlechten wanneer gaten optreden
    • Start nieuwe snoeicycli

Voorbeeld 3: ( grote landschappelijke heg )

  • Jaren van ongestoorde groei ( meer dan 15 jaar), dan afzetten of vlechten. ( terugzetten in hoogte en breedte geeft vaak geen goed resultaat  door te open takkenstructuur bij ongesnoeide heggen van +15 jaar.

 

Het is  perfect mogelijk beheercycli te wijzigen. Een 15 jaar oude ongesnoeide heg kan na het terugzetten verder beheerd worden als een 2 jaarlijks geschoren heb en omgekeerd zolang je maar een duidelijk doel voor ogen hebt en goed weet waarom je een bepaalde beheertechniek toepast.

In de praktijk blijkt het niet altijd even duidelijk wat de meest geschikte beheermaatregel is. Oude hoge dikke en knoestige heggen zomaar terugzetten geeft meteen en groot verlies aan biodiversiteit en cultuurwaarde. Experimenteren met kleinere stukken om de hergroei en snoeireactie op te volgen is aangewezen alvorens grote lengtes aan te pakken. Fasering is bij grote oppervakten of beter lengtes aangewezen.