Zoete kers

Prunus avium

Habitat: 

Gewoonlijk (SCHOLZ & SCHOLZ 1994-1995) onderscheidt men van zoete kers verschillende ondersoorten. Enkel subsp. avium, met vruchten kleiner dan 1 cm, is wild. De andere ondersoorten die al sinds de oudheid in cultuur zijn, met name subsp. duracina (krakers) en subsp. juliana (de eigenlijke kersen), zijn cultuurkersen met grotere vruchten (groter dan 1 cm). In Vlaanderen is zoete kers zeker al sinds de Volle Middeleeuwen (1000-1300) in cultuur als fruitboom (MAES et al. 2006). Cultuurkersen komen vrij zelden verwilderd voor, maar kunnen wel tal van kruisingsproducten opleveren met de wilde ondersoort. Op die manier kan genetisch materiaal van bomen van uiteenlopende herkomst zich mengen met oorspronkelijk inheems materiaal. Van nature is zoete kers een warmteminnende boom die niet alleen in lichtrijke omstandigheden groeit, maar bijna even goed in de halfschaduw. Het is een boomsoort van vochthoudende, maar niet natte, tamelijk voedselrijke, humeuze bodems. Het liefst groeit zoete kers op lemige, luchtige en goed doorlatende, eerder neutrale gronden. Meestal vindt men de soort langs bosranden, dikwijls in (helling)bossen van het eiken- haagbeukentype. Daarnaast gedijt ze ook op voedselrijkere bodems in rivier- en beekdalbossen. Omdat ze snoeien slecht verdraagt, groeit de soort slechts uitzonderlijk in hagen. Wel vindt men ze tamelijk veel in houtkanten. Zoete kers wordt vooral in recente bosaanplantingen geregeld gebruikt.