Priemkruid

Subularia aquatica

Habitat: 

De omschrijvingen van de Vlaamse vindplaatsen op basis van herbaria geven aan dat priemkruid in heidevennen werd gevonden. Wellicht kwam het samen voor met andere soorten van periodiek droogvallende venoevers, zoals oeverkruid, waterlobelia en eventueel kleine biesvaren. Dat samen voorkomen wordt onder meer aangegeven door WOODHEAD 1951, die de vindplaatsen in Noord-Europa omschrijft als rotsige tot grindige, ondiepe oeverzones (tot 60 cm diep) met een min of meer neutrale pH. De Vlaamse sites hadden een zandige ondergrond. Volgens Woodhead kan de soort geen bezinksel verdragen. Bepaalde Vlaamse herbariumspecimens zouden nochtans op 'slib' zijn verzameld. Wellicht ging het hoogstens om dunne organische laagjes. Bovendien betreft het de allerlaatste Vlaamse waarnemingen. Mogelijk werd slibophoping op die plaatsen de soort fataal. Vermoedelijk is priemkruid een zeer verzuringsgevoelige soort van zwak gebufferd water en heeft ze een flauwe competitieve respons. Volgens Woodhead is zelfs oeverkruid een competitieve dominant over priemkruid. MASSART 1910 trof de soort in de Kempen aan in het gezelschap van gesteeld glaskroos en dwergbloem.