Wij zijn allemaal ExotenNet!

2021. Het vierde jaar dat deze nieuwsflash bestaat. En het belooft alweer een druk gevuld jaar te worden met heel wat belangrijke nieuwtjes, speciale edities en evenementen. Wij hopen dat jij, als lezer, evenveel geniet van het lezen van onze bijdragen als wij van het schrijven. Maar ook dit jaar willen we jou graag betrekken in de invulling van de nieuwsflash. Dus, heb jij projecten lopen, veldproeven, onderzoek, vragen, activiteiten of leuke nieuwtjes rond dierlijke of plantaardige exoten, mail ons op exoten@oost-vlaanderen.be.  En maak van onze nieuwsflash een echte nieuwsflash van, voor en door de praktijkgemeenschap.

Het volledige exotenNet-werk zal u dankbaar zijn. Veel leesplezier!

De redactie 

Stuur jouw praktijkvoorbeelden over dierlijke exoten in!

Europa heeft de praktijkgemeenschap nodig! De Europese Commissie  startte met het project "Identification, Assessment, Sharing and Dissemination of Best Practices for Humane Management of Invasive Alien Species". In dat kader doet de internationale unie voor natuurbescherming (IUCN) een oproep tot het indienen van goede praktijken voor humaan beheer van de 22 gewervelde invasieve soorten van de EU IAS-verordening.

Doel? 

Een Europese best practice handleiding ontwikkelen met voorbeelden van terreinbeheerders van over heel Europa. De ingezonden praktijkvoorbeelden zullen in eerste instantie geëvalueerd worden, tijdens een reeks Europese workshops. In 2022 zullen ze gepresenteerd worden tijdens de slotconferentie van het project. Ze kunnen ook gebruikt worden in communicatiemateriaal waarmee goede praktijken in Europa bekend gemaakt worden.

Naar wat is IUCN op zoek? 

Praktijkvoorbeelden van beheermethoden die, met het oog op het uitroeien, onder controle houden of indammen van de populatie van één van de 22 diersoorten op de lijst,: 

  • Doeltreffend  en efficiënt zijn;
  • Rekening houden met dierenwelzijn (besparen van vermijdbare vormen van pijn, angst of lijden);
  • Zowel dodelijk zijn (bv. gebruik van klemmen, afschot etc.) als niet-dodelijke maatregelen (levende vangkooien etc.).

Stuur dus jouw praktijkvoorbeelden in via deze online vragenlijst. Het invullen duurt ongeveer 20-30 minuten. Je helpt er de gehele praktijkgemeenschap mee. Dus deel uw kennis en ervaring met ons allen. 

Tim Adriaens, INBO

Case-study: Project Amerikaanse stierkikker door Natuurwerk vzw

Natuurwerk vzw helpt jou alvast om inspiratie te krijgen. Natuurwerk vzw dat staat voor “De natuur van morgen, daar maken wij nu werk van”. Een element daarvan is ervoor zorgen dat onze inheemse biodiversiteit voldoende ruimte en kansen heeft om te ontwikkelen en te floreren. Natuurwerk bouwde ruime ervaring op in het bestrijden van verschillende invasieve uitheemse planten (o.a. Amerikaanse vogelkers, Japanse duizendknoop en reuzenberenklauw), maar ook invasieve fauna.

Eén van haar belangrijkste doelsoorten is de Amerikaanse stierkikker.

Hun werking startte op vanuit het INVEXO project dat liep van 2009 tot en met 2012. Samen met haar partners werkte Natuurwerk toen een methodiek uit, waarbij met behulp van dubbele schietfuiken larven, juvenielen en soms ook volwassen exemplaren werden gevangen. In 2011 werd gestart met het afvangen van stierkikkers op 2 vijvers in Hoogstraten. Sinds de start werden er 129.319 stierkikkers gevangen, waarvan 126.159 larven, 2730 juvenielen en 430 volwassenen. Vanaf 2014 nam Natuurwerk de verderzetting van de afvangsten over en nam het aantal gevangen exemplaren jaar na jaar af. 

Jaar  Aantal gevangen stierkikkers 
2014 10.157
2015 261
2016 11

De populatie werd er inmiddels sinds 2017 volledig uitgeroeid. Jaarlijks blijft Natuurwerk echter nog 4 controles uitvoeren. In Hoogstraten kunnen we dus spreken van een succesverhaal. Op andere locaties breidt de soort zijn verspreidingsgebied uit. In de vallei van de Grote Nete, gaande van Balen tot Lier (Nijlen) is Natuurwerk sinds 2017 actief mee aan het beheren. Eerst enkel aan het Oostelijk eind van de verspreiding te Balen later ook langs een zuidelijke aftakking van de Grote Nete te Laakdal.  Dit past in een plan om de verspreiding van de soort te stoppen en geleidelijk aan terug te dringen. Voor hun werking rond Stierkikkerbestrijding kan Natuurwerk rekenen op een sterk uitgebouwd netwerk, met onder andere de Provincie Antwerpen, ANB, INBO en PXL. De ontwikkelingen rond de bestrijding van Amerikaanse stierkikker staan ook niet stil. Momenteel wordt er onderzoek verricht naar het inzetten van steriele stierkikkers om de populaties te verminderen/uit te roeien. Dit onderzoek vindt plaats binnen LIFE -project 3n-Stierkikker waarover in een eerdere editie een artikel verscheen. 

Gijs Van Weverberg, Natuurwerk vzw 

Stuur jouw praktijkvoorbeelden rond plantaardige exoten in!

Het IUCN richt haar oproep voorlopig op dierlijke exoten. Maar dat betekent niet dat de praktijkgemeenschap niet staat te popelen om jouw ervaring en expertise te ontvangen rond plantaardige exoten. We hadden jou, als lezer, dan ook graag uitgenodigd om voor de volgende edities en/of ter aanvulling van de website van Ecopedia jouuw eigen cases, vragen, acties rond exoten en interessante informatie die mede-terreinbeheerders op weg kan helpen, naar de redactie van ExotenNet door te sturen via exoten@oost-vlaanderen.be.   

Daarnaast kan je op Ecopedia jouw good and bad practices blijven delen over zowel dierlijke als plantaardige exoten. Dus heb je zelf een beproefde techniek ontwikkeld en wil je dit delen met andere beheerders? Neem contact op met onze redactie via exoten@oost-vlaanderen.be  en wie weet komt jouw praktijkvoorbeeld wel op de website van Ecopedia en/of in de volgende editie van deze nieuwsflash. 

Neem alvast een kijkje op de projectpagina van Ecopedia. Je kan er inspiratie opdoen uit de reeds toegestuurde praktijkvoorbeelden over het beheer van exoten. Via een  overzichtslijst, aangevuld met een overzichtskaart, kan je makkelijk de voor jou relevante voorbeelden terugvinden. Via een zoekvenster kan je ook zoeken op soort.  

Anke Stefens, RATO vzw 

Case-study: Basterdschroeforchis in het Heideveld-Bornebeek blijkt lastig te verwijderen

Op 14 oktober 2014 troffen Steven De Bruycker en Jojanneke Bijkerk op een perceel in het  natuurgebied Heideveld-Bornebeek (Beernem) enkele schroeforchissen aan met witte bloemen en een kenmerkende geur. Ons aanvankelijk enthousiasme als beheerteam om de vondst van deze zeldzame orchis werd door toenemende twijfel over de precieze soort getemperd en definitief gesmoord in november 2015. 

Toen bepaalden Meise en Naturalis Leiden met DNA analyses de exacte aard en herkomst van de Schroeforchis: een kruising tussen knikkende schroeforchis (Spiranthes cernua) en Welriekende schroeforchis (S. odorata), mogelijks met terugkruising naar S. cernua. Het genetische materiaal bleek het sterkst overeen te komen met monsters genomen bij waterplantenkwekerij Moerings uit Noord-Brabant (Nederland). The smoking gun was gevonden. Na het bekendmaken van het  DNA-resultaat werden de eerdere meldingen op www.waarnemingen.be onder de soortnaam ‘basterdschroeforchis’ ondergebracht.  

In oktober 2014 telden we 7 vruchtdragende bloeistengels. Tijdens de daaropvolgende maaibeurt van het perceel in augustus 2015 rasterden we hun groeiplaats uit en maaiden ze niet mee. Wij hadden toen immers nog geen uitsluitsel over de precieze soort. Bovendien vertoonde de plant in 2015 te velde geen indicaties van mogelijk invasief gedrag. Integendeel, de orchis leek er met niet meer dan drie bloeistengels eerder weg te kwijnen. Ons aanvoelen van dit-is-een-plant-niet-op-zijn-plaats versterkte zich in 2016 toen er maar 6 bloeistengels verschenen. Tijdens het maaiseizoen 2016 werd de groeiplaats dan ook gewoon gemaaid.

In het najaar 2017 demonstreerde de basterdschroeforchis zijn mogelijks invasieve eigenschappen door ineens met 93 bloeistengels over een ruimte van 60m op 60m te verschijnen. Plots zagen wij ons geconfronteerd met een hybride orchidee met groeipotentieel, maar met een onbekende ecologische impact op de inheemse flora van een zeldzaam heischraal grasland. 

We gingen op zoek naar voorbeelden en goede praktijken elders. In december 2017 kwamen we zo in contact met Boswachterij de Groote Heide in Leende (Staatsbosbeheer), waar de basterdschroeforchis in 2012 een eerste groeiplaats had gevonden. In 2014 trof men er al over de 200 aan en in 2016 telde men meer dan 1.000 bloeiende exemplaren. De observaties daar waren niet gunstig : de hybride orchidee is vruchtbaar, verspreidt zich met zaad, en in de venige ondergrond kon men mooi observeren hoe hij zich vermenigvuldigt met ook nog eens meterslange uitlopers. Men ging er tot bestrijding over door tijdens de bloeitijd de wortelstokken en de knolletjes uit te snijden en het plantmateriaal te vernietigen. In 2017 stak Staatsbosbeheer er 1.037 (!) uit, wat 23 manuren werk vergde. In 2018 werd het handmatig uitsteken opgegeven (med. mail; J.Smits, 2018). Op 1 september 2018 gingen wij op excursie naar Leende om met toestemming van de boswachters op het perceel zelf de gevolgen van deze manier van bestrijden in te schatten. We troffen er tientallen ‘putjes’ uit 2017 aan met de kenmerkende vorm van toen men vroeger bij ons nog de ‘pisseblommen’ uit het gras sneed.  

Tegen maart 2018 hadden zowel ANB & INBO, de Plantentuin Meise, Naturalis Leiden (Barbara Gravendeel), de Werkgroep Europese Orchideeën, als Staatsbosbeheer (Jap Smits) adviezen tot snelle verwijdering gepubliceerd. We informeerden andere terreinbeheerders via een artikel in Natuur.focus

Wij maakten afspraken met de werkploeg van Natuurpunt om tegen het najaar 2018 op de verwijdering van 93 bloeistengels uit 2017 en de te verwachten sterke stijging de komende jaren voor te zijn. In 2018 en 2019 vielen de aantallen bloeistengels echter opnieuw terug tot resp. 16 en 15, die we met het eigen beheerteam met wortelkluit uitstaken en afvoerden. Het moet vermeld dat dit voor het beheerteam het nemen van een mentale horde vergde - het was inderdaad even de knop omdraaien om een prachtige orchidee te verwijderen.

In 2020 verraste de Basterdschroeforchis ons opnieuw met niet minder dan 266 bloeistengels, maar nu verspreid over meer dan de helft van het perceel. We schatten het uitsteken van wortels en het uithalen van de worteluitlopers hierdoor als niet langer haalbaar in : het zou het halve perceel in een patattenveld transformeren.  We besloten in afwachting van de resultaten van verder onderzoek naar de meest effectieve bestrijding door Stichting Bargerveen op de Groote Heide over te gaan tot het verhinderen van de bloei om zo de verspreiding te verhinderen. De plukklus werd op 6 oktober 2020 uitgevoerd door onze vaste helpers van het beheerteam, waarvoor oprechte dank !   

Luc Vanpaemel, Conservator Heideveld-Bornebeek, Natuurpunt – afdeling Beernem

Beheerregeling Muskusrat

Om de opmars van invasieve uitheemse soorten tegen te gaan in Vlaanderen, is een gelijkvormige en gebiedsdekkende aanpak noodzakelijk. Die aanpak wordt per ministerieel besluit vastgelegd in een beheerregeling. 

De muskusrat is de eerste soort waarvoor op initiatief van het Agentschap Natuur en Bos een beheerregeling is opgemaakt en goedgekeurd. Dit gebeurde in overleg met onderzoeksinstellingen als INBO en het secretariaat Invasieve Soorten, Dienst Dierenwelzijn en organisaties die muskusratten bestrijden zoals de Vlaamse Milieumaatschappij, RATO vzw en provincie West-Vlaanderen. 

Doel?

Het doel van de beheerregeling is een efficiënte, uniforme en professionele aanpak in heel Vlaanderen. Door tijdelijk een verhoogde inspanning te leveren kan Vlaanderen op termijn weer muskusratvrij worden. Dit zal ervoor zorgen dat de soort een lagere impact op biodiversiteit zal hebben en minder schade aan en langs oevers en dijken zal veroorzaken. 

Wat betekent dit voor de (waterloop)beheerder?

Als (waterloop)beheerder ben je verplicht om muskusratten te (laten) bestrijden en dit volgens de methoden die in de beheerregeling vastgelegd zijn. Hoewel de beschreven methoden en materialen niet altijd de meest efficiënte zijn, vormen ze een haalbare compromis tussen een goede, vlotte vangst van muskusratten enerzijds en het vermijden van nevenvangsten en een humane doding anderzijds. 

Muskusratbestrijders krijgen een opleiding om te verzekeren dat de bestrijding volgens de regels van de kunst gebeurt. In dat kader werden in samenwerking met Inverde en RATO vzw ook enkele demonstratiefilmpjes opgenomen. Deze zijn terug te vinden op Ecopedia. 

Daarnaast is ook digitale registratie van vangsten, nevenvangsten en vangmateriaal vereist. 

Populatieonderzoek

Een belangrijk aspect van de beheerregeling is een objectieve weergave van de muskusratpopulatie in Vlaanderen. Daarvoor wordt steekproefsgewijs nagegaan of de muskusratpopulatie toeneemt, dan wel afneemt. De VMM kreeg deze taak toegewezen en zal jaarlijks prospecties uitvoeren langs alle geklasseerde waterlopen in Vlaanderen. Waar muskusrattensporen gevonden zijn, organiseert de VMM in overleg met de waterloopbeheerder een muskusratvangst. De resultaten daarvan worden afgetoetst aan door het INBO bepaalde normen. Als het aantal gevangen muskusratten boven de norm uitkomt is dat een indicatie dat de populatie groeit. Zitten de vangstcijfers daarentegen onder de norm, dan zal de populatie afnemen. Aan het niet behalen van deze norm zijn geen consequenties verbonden. 

Meer info?

Lees de volledige beheerregeling na op Ecopedia of contacteer Emma Cartuyvels  via emma.cartuyvels@inbo.be.

Dan Slootmaekers, VMM

Projectnieuws

In deze nieuwe rubriek brengen we jou alle info over lopende exotenprojecten.

Bugs 2 The Rescue: Op pad met de Beestige Vijanden-koffer

De lente is in aantocht! Dat betekent dat we bij Bugs 2 the Rescue enkele versnellingen hoger schakelen. Vanaf mei begint namelijk de ideale periode om burgers het veld in te sturen, op zoek naar invasieve exotische waterplanten en hun ‘natuurlijke vijanden’. Daarvoor ontwikkelden we de Beestige Vijanden-koffer, een doe-het-zelfpakket met biologisch gereedschap en instructies! 

Hiermee kunnen jongeren en natuurvrijwilligers individueel of in groepsverband op pad. De medewerkers achter het project leggen momenteel volop contacten met geïnteresseerde natuur-, milieu- en educatiecentra (NME-centra) om samen te werken. Hoe meer centra onze koffers willen uitlenen aan geïnteresseerden, hoe groter ons bereik! Om het allemaal wat tastbaarder te maken voor de verschillende doelgroepen, maakten we een ‘unboxing video’. Daarin zie je welk materiaal je erin terug kan vinden, wat er zoal van de vrijwilligers verwacht wordt en hoe alles in zijn werk gaat. Klik hier en oordeel zelf!

Daarnaast leggen we ook de laatste hand aan ons lespakket, gericht op de tweede graad secundair onderwijs. Daarin zit niet alleen klassieke theorie over invasieve exotische waterplanten, maar ook foto’s, video’s, quizzen en zelfs een rollenspel! We richten ons vanzelfsprekend op scholen, maar evenzeer professionals die met jongeren werken, zoals jeugdwerkers. Wat is er voor jongeren leuker dan op een vakantiekamp na een uurtje les over exotische waterplanten het veld in te trekken en zelf op onderzoek uit te gaan? Wil je op de hoogte blijven over Bugs 2 the Rescue, schrijft je dan in op onze nieuwsbrief. Eén adres: www.bugs2therescue.be 

Gratis Infographic invasieve planten stimuleert herkenning en inventarisatiewerk

Het publiek bewust maken van invasieve soorten is een van de belangrijkste acties om introductie en verspreiding preventief tegen te gaan. Kennis van invasieve soorten is daarbij het belangrijkste. Het TrIAS Aware-project werkt specifiek rond de nood om invasieve planten te blijven rapporteren. 

Het project maakte een fraaie infographic om mensen te helpen invasieve planten in België te herkennen en advies te geven over hoe de verspreiding ervan te vermijden. De infographic, met bijzonder mooie en duidelijke tekeningen, zijn online te downloaden in het Nederlands, het Frans en het Engels.  Gedrukte exemplaren om te verspreiden zijn gratis aan te vragen bij quentin.groom@plantentuinmeise.be.

Contacteer de redactie

Stuur jouw vragen, opmerkingen of cases door aan de redactie:

RATO vzw

Tel. 09 267 87 43

exoten@oost-vlaanderen.be  

Gouvernemenstraat 1, 900 Gent

Raadpleeg de websites van de redactieleden voor meer info: