Werkwijze bij volledig gemechaniseerde houtoogst

Vellen

De boombeoordeling gebeurt vanuit de harvestercabine, dus soms van op 10 meter afstand vandaan.  De machinist moet inschatten of de velcapaciteit van de processorkop volstaat om de boom in één keer te kunnen doorzagen en of de kraan sterk genoeg is om de boom om te duwen en naar de machine toe te trekken.

Bij het vellen met een harvester wordt er geen valkerf gezaagd zoals met de motorzaag. De processorkop wordt rond de boom gezet met de opening van de kop in de voorziene velrichting.

De hydraulische kettingzaag velt de boom met één zaagsnede terwijl de boom met de kraan in de velrichting wordt gedrukt. De druk op het scharnierpunt van de processorkop valt dan weg zodat de boom in vrije val gaat terwijl hij met de kraan naar de machine toe getrokken wordt. Het hout wordt dus naar de ruimingspiste gebracht met de kraan.

Te dikke bomen kunnen langs 2 kanten ingezaagd worden. Eens de boom begint te vallen, wordt hij losgelaten om zware belasting van de harvester te vermijden. Als de boom te ver staat of te zwaar is voor de machine, moet hij motormanueel naar de piste toegeveld worden.

Opwerken

Bij het machinaal opwerken gebeuren alle deelstappen in één arbeidsgang met behulp van de processorkop. Rechte stammen worden met doorvoerwalsen door de processorkop getrokken zodat de relatief fijne takken met messen afgestoken worden. De onttakkingsmessen kunnen naaldhout veel sneller onttakken dan een houthakker met een motorzaag. Meestal wordt het hout in sortimenten gezaagd en apart neergelegd naast de ruimingspiste.

Bij normaal harvesterwerk wordt een boom aan één zijde van het rijpad geveld en komt het opgewerkte hout aan de overzijde van het pad te liggen. Zo valt het tak- en tophout op het machinepad, waardoor een takhoutmat ontstaat die de bodem beschermt. Door het takhout plat te rijden, hindert het later minder bij het ruimen van het hout.