Populaties

Soorten vormen populaties en leven in habitats

In deze tekst leg ik uit wat we bedoelen met een populpatie en een habitat. De extra links zijn ter informatie en hoeven voor de les niet te worden gelezen, maar het mag natuurlijk.

De ecologie beschrijft wat een bepaalde soort allemaal nodig heeft om te overleven, zowel de volwassen dieren als de jongen. Het beschrijft ook hoe de soort zich voortplant en wat daar allemaal voor nodig is. Tevens zal je ook een idee hebben van de mechanismen hoe de populatie gereguleerd wordt, hetzij door predatie, door weer of voedsel. Een stuk natuur die aan al die voorwaarden beantwoordt om het voorkomen van een soort mogelijk te maken wordt een habitat genoemd. Het is het leefgebied van een bepaalde soort. Zo kan een poel een habitat zijn voor een kamsalamander en een bos een habitat voor de Grote bonte specht. Maar zonder dood hout, zal dat bos geen geschikt leefgebied zijn voor die vogel, en is het dus geen habitat. Maar misschien wel voor de Vink. En zo heeft elke soort zijn eigen habitat, een biotoop dat aan alle voorwaarden voldoet.

Zo'n specht zal natuurlijk niet alleen zijn in een geschikt habitat. Ze vormen een groep waarbinnen koppels worden gevormd, waar er nieuwe bijkomen door geboorte of immigratie, waar er verdwijnen door sterfte en emigratie. Zo'n groep binnen één habitat of naburige habitats wordt een populatie genoemd. Om op termijn niet aan inteelt te bezwijken, zal een populatie uit een minimum aantal exemplaren moeten bestaan: de 'minimum leefbare populatie'.

Populaties zijn echter dikwijls niet groot genoeg om op lange termijn duurzaam te zijn. Gelukkig kunnen populaties die in verbinding staan met elkaar samengeteld worden. Het geheel noemen we een metapopulatie, een groep van populaties. Populaties die afgezonderd zijn vanwege de afstand of door een barriere, moeten op zichzelf groot genoeg zijn om te kunnen overleven. Soms is dat niet het geval en sterft de soort lokaal uit.

Populatiebeheer

Je kan eigenlijk niet aan soortbeheer doen. Dat zou namelijk willen zeggen dat je de volledige soort, dus alle exemplaren van die soort gaat beheren. In de praktijk doen we aan populatiebeheer. We beheren de exemplaren die zich in een bepaald habitat bevinden. Voor we met dat beheer starten zoeken we eerst de ecologie op van die soort, dat hebben we net gedaan, en vervolgens gaan we na hoe het met de populatie is gesteld in het gebied dat we beheren. Die populatie beschrijven we door middel van volgende eigenschappen:

  • Grootte: hoeveel individuen zijn er in de lokale populatie? Is dat voldoende om inteelt tegen te gaan? Wat is een streefcijfer?
  • Dichtheid: hoeveel per eenheid van oppervlakte? Is dit een normaal cijfer? Wat is een streefcijfer?

Bij een aantal soorten gaan we ook nog kijken of er een goede verdeling is van mannetjes en vrouwtjes en of de leeftijdsverdeling wel normaal is. Dus zijn er voldoende jongen bijvoorbeeld, of enkel oudere dieren.

Helaas zijn bovenstaande gegevens nauwelijks te onderzoeken door een beheerder, je moet daarbij afgaan op wat onderzoekers of waarnemers vertellen. Ga ervan uit dat populatiegrootte bijna nooit geweten zijn, tenzij bij erg opvallende soorten zoals met veel lawaai baltsende vogels. Wat wel belangrijk is, is dat we nagaan of er een probleemsituatie is.