Natuurstreefbeelden graslanden (nmg)

Hieronder vind je de lijst met de te kennen streefbeelden en een korte beschrijving.

  • Blauwgraslanden en Veldrusgraslanden (6410_ve en 6410_mo) zijn onbemeste, één keer per jaar gehooide graslanden die 's winters plasdras staan en 's zomers oppervlakkig uitdrogen. We onderscheiden in Vlaanderen twee types blauwgrasland als natuurstreefbeeld. Een streefbeeld met basenrijke kwel en een tweede met basenarme kwel.
  • Droge heischrale graslanden (6230_hn) zijn vegetaties op voedselarme, meestal (zwak) zure, lemige zandbodems waarin grassen zoals Borstelgras, Tandjesgras, Pijpenstrootje en struisgrassoorten domineren, maar waarin kruiden en heidestruiken eveneens talrijk aanwezig kunnen zijn. Het betreft soortenrijke graslanden met een gesloten grasmat. Soorten van heischrale graslanden prefereren minder zure, meer gebufferde bodems dan soorten van de heide. Heischrale graslanden ontstaan vaak door het maaien, betreden, beweiden, plaggen, afbranden of verstoren van heidevegetaties.
  • Soortenrijke graslanden van zure bodems, subtype struisgrasland (6230_ha): Soortenrijke struisgraslanden en droge zure heischrale graslanden (6230_hn en 6230_ha) hebben dezelfde kenmerkende soorten, deze twee natuurstreefbeelden lijken dus veel op elkaar. Struisgraslanden zijn wat productiever dan heischrale graslanden waarbij er soorten voorkomen van iets rijkere gronden zoals Hazepootje, Akkerhoornbloem, Gewone veldbies, Duizendblad en Klein vogelpootje.
  • Vochtige heischrale graslanden (6230_hmo) komen meestal voor op gelijkaardige, maar vochtige bodems als droge heischrale graslanden. Soorten die duiden op een vochtige tot natte karakter zijn Heidekartelblad, Liggende vleugeltjesbloem, Klokjesgentiaan en Dopheide.
  • Droog kalkrijk heischraal grasland (6230_hnk) behoort tot de Heischrale graslanden op voedselarme, onbemeste, droge bodem. Het heischrale grasland op kalkbodem is soortenrijker en kalkrijker dan de andere heischrale graslanden. Dit graslandtype is zeer zeldzaam en heeft een bijzonder hoge natuurbehoudswaarde.
  • Grote vossenstaartgraslanden met Weidekervel, Weidekervel-torkruid en of Kievitsbloem (6510_hua) situeren zich tussen de drogere glanshavergraslanden en de nattere moerasvegetaties en of dotterbloemgraslanden. Goed ontwikkelde grote vossenstaartgraslanden bestaan uit een kruidenrijke graszode die vrij evenwichtig opgebouwd is uit hoge en middelhoge grassen. Geen enkele plantensoort domineert de vegetatie.
  • Soortenrijke glanshavergraslanden (6510_hu) zijn kruiden- en bloemenrijk met composieten zoals Margriet, Knoopkruid en Groot streepzaad. De grassen vormen een mozaïek van middelhoge en hoge soorten, waarbij geen enkele grassoort dominant is. Ze komen voor op matig voedselrijke vrij droge zandleem, leem of klei.
  • Soortenrijke glanshaverhooilanden met Grote pimpernel (6510_hus)is bijna hetzelfde als het vorige type: soortenrijke glanshaverhooilanden. Het verschil is dat er nu Grote pimpernel in voorkomt, een zeldzame soort in Vlaanderen. Meestal is dit type ook een vrij vochtig Glanshaverhooiland.
  • Kamgrasland (rbbkam) of Kamgrasweide is een permanent begraasd grasland (vooral door runderen) op voedselrijkere bodem met als opvallende soort Kamgras. De Kamgrasweide is dan ook typisch voorkomend in historisch permanent grasland dat niet recent omgeploegd werd. Kamgrasland is vanwege zijn opvallende vegetatiestructuur vrij gemakkelijk te herkennen.
  • Soortenrijke kalkrijke kamgraslanden (6510_huk) behoort tot de Kamgrasweide, een uitgesproken weidegemeenschap, vooral begraasd door runderen op voedselrijkere bodem. Dit begraasde graslandtype komt voor op voor op kalkrijkere bodem, meestal op hellingen, en zijn zeldzaam. Je vindt ze vooral in de Voerstreek en Zuid Limburg.
  • Soortenrijke dotterbloemgraslanden (rbbhc) zijn vooral drassige, gemaaide hooilanden al of niet met nabeweiding. Er is steeds invloed van het grondwater, dat zowel basenarm als basenrijk kan zijn. De bodem is vrij voedselrijk en gewoonlijk groeien de planten weelderig met een bloemrijk aspect.
  • Zilverschoongrasland (rbbzil) De standplaatsen van het Zilverschoongraslanden worden gekenmerkt door betreding en in het vroege voorjaar langdurig hoge waterstanden of overstromingen. Daarna wordt het meestal veel droger en kan het vee komen grazen. De bodem is (zeer) voedselrijk en de meest typische vorm betreft permanente weiden met depressies of grachten, waarlangs het Zilverschoongrasland voorkomt.
  • Zilte graslanden (1330_hpr en 1310_pol) komen binnendijks voor aan de kust, in de polders en aan de Zeeschelde op plaatsen waar zilt grondwater aanwezig is of waar zilte kwel optreedt vanuit zoute of sterk brakke waterlopen of kanalen. De zoutminnende vegetatie neemt zelden meer dan de helft van de perceelsoppervlakte in.