Inleiding tot klimaatslim bosbeheer

De klimaatverandering heeft een grote invloed op de gezondheidstoestand van onze bossen. Tegelijk wordt ook sterk naar bossen gekeken als deel van de oplossing, met name via koolstofopslag in het hout en de bosbodem. 

Met klimaat-slim bosbeheer zetten we in op twee peilers: 

  1. Adaptatie: sturen in de bosstructuur, slimme boomsoortenkeuze, enz. de bossen veerkrachtiger maken tegen klimaatverandering.
  2. Mitigatie: het bos beheren met aandacht voor de opslag van koolstof in het bos, in de bosproducten en in de bosbodem.

Welke toekomst is te verwachten voor onze bossen?

De klimaatscenario’s voor onze regio voorspellen belangrijke veranderingen in ons klimaat, die een grote impact kunnen hebben op het bos. We worden nu al geconfronteerd met een stijging van de gemiddelde jaartemperatuur en met extreme weerfenomenen. Dat zal enkel toenemen. We verwachten ons aan een toename van de gemiddelde temperatuur met 1-3°C en aan langere groeiseizoenen. Dat zou in theorie een gunstig effect kunnen hebben op de groei van onze bossen. Ook de stijging van de CO2-concentratie kan de groei bevorderen, vooral in jonge bossen die in volle aangroei zijn. Tegelijk is gebleken dat tropische bossen wel heel binnenkort met meer groeivertraging en boomsterfte te maken zouden kunnen hebben en zo van koolstofopslagvat in een extra bron van koolstofuitstoot zullen veranderen. 

Klimaatverandering betekent niet alleen dat de gemiddelde temperatuur stijgt. Het klimaat wordt echter ook ‘wispelturiger’: er is een grotere kans op extreme weerfenomenen zoals droogte, hitte, stormen en hevige neerslag, en uitzonderlijk warme en koude of natte en droge periodes wisselen elkaar abrupt af. Voor bomen betekent dit dat het risico op sterfte stijgt, de groeikracht vermindert... Zo hebben we nu al veel meer te maken met late vorst in het voorjaar, vaak na een warmere periode, waardoor de jonge scheuten vaker kapot vriezen. Al deze factoren, samen met het vaker voorkomen van zachte winters, kunnen ook onrechtstreeks leiden tot frequentere uitbraken van ziektes en plagen. Die zullen de reeds verzwakte en geteisterde bomen nog verder belasten. Zomerdroogtes vergroten ook de kans op bosbrand, zeker in naaldhoutbossen.

Sommige plagen kunnen een heel grote impact hebben, zoals de aantastingen van fijnspar door letterzetter. Maar ook andere soorten zoals blauwe dennenprachtkever, eikenprocessierups en wintervlinder nemen toe, onder andere door de warme zomers en milde winters van de voorbije tien jaar. Ook nieuwe ziektes zoals roetschorsschimmel bij esdoorn, rodebandjesziekte bij dennen of essentaksterfte bij gewone es, die op het eerste zicht geen verband houden met het klimaat, kunnen beïnvloed worden door de klimaatverandering. 

We verwachten dat plagen en ziektes  frequenter en intenser zullen voorkomen, al is er veel onzekerheid over de gevolgen ervan omdat de effecten van klimaatverandering op de interacties tussen gastheer en ziekteverwekker heel complex zijn. Bepaalde ziektes kunnen bv. minder impact hebben bij warmer en droger weer, maar zich meer laten voelen bij de combinatie van warmer en natter weer. Voor andere ziektes, zoals de Armillaria wortelziekte, is het net omgekeerd.  

Bronnen:

Klimaat-slim bosbeheer: van wetenschappelijke achtergrond naar aandachtspunten voor de praktijk

De klimaatverandering heeft een grote invloed op de gezondheidstoestand van onze bossen. Tegelijk wordt ook sterk naar bossen gekeken als deel van de oplossing, met name via koolstofopslag in het hout en de bosbodem. Bosbeheerders hebben terecht heel wat vragen en onzekerheden over de toekomst...