Hoe groeien bomen?

Alles begint met de kieming van het zaad. Het zaad zuigt zich vol met vocht en celdelingen komen volop op gang. Een eikenzaailing bijvoorbeeld kan het eerste groeiseizoen rekenen op een voldoende voedselreserve uit de grote eikel. Hierdoor is licht en openheid van het kronendak in deze beginfase van zijn leven niet zo belangrijk. Voor soorten met kleine zaden zoals wilg, berk en populier moeten wel alle groeiomstandigheden meteen goed zitten.

Initiële reserves of niet, hoe dan ook is voor de verdere groei licht essentieel. Via het proces van fotosynthese worden suikers gevormd die dienen voor de opbouw van houtweefsel.

Cellen in de eind- en zijknoppen zuigen zich elk jaar in het voorjaar vol met vocht en strekken zich hierdoor uit tot nieuwe scheuten. Dit geeft aanleiding tot primaire of lengtegroei. Een boom investeert in eerste instantie in z'n hoogtegroei, daarna verschuift de focus naar diktegroei. De bladeren of naalden worden immers eerst in een zo gunstig mogelijke positie gebracht. Daarna moet de verworven positie behouden worden door dik en stevig uit te groeien en de kroon te ondersteunen.

Bomen en andere houtige planten onderscheiden zich van kruidachtige planten door secundaire groeistructuren. Secundaire groei komt voor zowel bij loof- als naaldbomen en is mogelijk dankzij een ring van weefsel dat langs de binnenzijde houtvaten of xyleem aanmaakt en langs de buitenzijde zeefvaten of floëem. Die ring heet het cambium. In onze gematigde streken geeft dit aanleiding tot jaarringen.
De houtvaten hebben als functie om water en mineralen opwaarts te transporteren, vooral in het begin van elk nieuw groeiseizoen. Dit is mooi zichtbaar in bijvoorbeeld eikenhout. In de lente maakt de eik immers vrij grote en veel houtvaten aan, in de zomer zijn deze al dunner en in de herfst en winter stopt de groei bijna volledig. Dit vertaalt zich in een duidelijke opeenvolging van donkere en lichte zones binnen elke jaarring. De zeefvaten ten slotte zorgen voor een neerwaarts transport van vooral suikers naar de wortels voor opslag. Houtvaten in het xyleem en zeefvaten in floëem kennen dus een tegengestelde stroom.

Hoe groeien bomen?

Een grote, solitaire eik in Vlaams Limburg. Een jonge beukenplant in de nevenetage van een Duits bos. Of nog: een volwassen berk in Noord-Amerika. Ga zo door, het maakt niet uit. Elke boom is gebouwd volgens een aantal zelfde principes en bevat steeds dezelfde onderdelen.

Hieronder kom je meer te weten over de opbouw en groei van bomen.

Anatomie en groei van bomen

Links