H2, les 1 - Correct meten van de dikte van bomen - NMG 2020

De diameter

Bij bomen op stam wordt de diameter gemeten op borsthoogte (vaak afgekort als ‘Dbh’), dit is op 1,3 meter hoogte. Bij gevelde bomen gebeurt de meting in de helft van de werkhoutlengte van de te meten stam. De diameter wordt gemeten met een meetlint of een meetklem. Bij het meten van overmaats dikke stammen wordt het nut van de haak of de ring aan het meetlint duidelijk. De haak of een priem door de ring kan op borsthoogte opgehangen worden. Zo zijn geen twee personen nodig om deze meting te moeten uitvoeren. Dikke bomen worden in twee keer gemeten, waarbij de tweede keer ook vanaf het haakje/ring wordt gemeten maar dan in tegengestelde richting.

Bij het meten met een meetklem wordt het meetvlak loodrecht op de lengteas van de boom gehouden. De lat wordt tot tegen de stam gedrukt. Om nauwkeuriger te werken kunnen twee diametermetingen loodrecht op elkaar uitgevoerd worden waarvan het gemiddelde genomen wordt. Onderstaande figuur geeft weer hoe gemeten moet worden in afwijkende situaties.

Bij een meetklem is naast de exacte hoogte waar op gemeten wordt (i.e. borsthoogte of 1,30 m boven de grond), ook de hoek waarop gemeten is van invloed op het resultaat. Let daarom op dat de benen van de meetklem mooi horizontaal staan en de schuifmaat tot tege,n de stam wordt gedrukt bij het meten. (Voor alle duidelijkheid: de foto hierboven toont hoe het niet moet)