Gidsen op een vleermuisexcursie

Tips om te gidsen tijdens een vleermuisexcursie

Veel mensen hebben een vleermuisdetecor, maar die wordt maar zelden uit de kast gehaald. Tot er eens wordt gevraagd om te helpen bij een vleermuisexcursie.
Op de volgende pagina's leggen we de basis uit om de vier algemeenste vleermuizen te herkennen met een eenvoudige vleermuisdetector.

Onderaan deze pagina wordt gelinkt naar meer informatie (hoe werkt een vleermuisdetector, wat is heterodyne, etc...). We gaan ons op deze pagina beperken tot de meest praktische tips. Veel succes!

Deze pagina kwam tot stand door een samenwerking van Marc Van De Sijpe van de Vleermuizenwerkgroep van Natuurpunt en Inverde.

Hoe stel ik als start mijn detector in?

Op eenvoudige vleermuisdetecoren heb je maar twee instellingen, de frequentie in kilohertz (kHz) en het volume. De laatste spreekt voor zich, maar waar stel je je frequentie op in?

Eerst wil je de vleermuizen detecteren, zonder daarom meteen een soort te kunnen herkennen. Sommige vleermuizen maken geluid dat een heel breed bereik haalt, op bijna elke frequentie kan je ze horen. Andere soorten zitten in een heel smal bereik, voor die soorten moet je detector net in dat bereik ingesteld staan.

Je kan de detector egens tussen 35 en 45 kHz instellen en zo laten staan want dat is het frequentiegebied waar je de meeste algemene soorten goed zal kunnen horen, zoals de dwergvleermuis en de watervleermuis. Later lees je bij de soortinformatie meer over de specifieke bereiken.

Als je niet weet welke vleermuizen je kan ontmoeten tijdens je wandeling, verschuif de frequentieknop langzaam van 20 naar 45 kHz en terug. Zo kan je niet alleen de algemene kleinere soorten horen, maar ook de grote soorten zoals laatvlieger en rosse vleermuis.

De video hieronder toont het vlieggedrag van 4 soorten boven een grote vijver. Tijdens de opname wordt de frequentie van de detector langzaam verschoven van 20 kHz naar 45 kHz en terug. Op 20 kHz hoor je de rosse vleermuizen het beste, bij 25 kHz de laatvlieger, bij 37 kHz de ruige dwergvleermuis en bij 45 kHz de gewone dwergvleermuis.

(Video: Marc Van De Sijpe)

Waar luisteren?

Wandelingen gidsen kan je bijna overal, met dank aan de alom tegenwoordige dwergvleermuis die reeds met weinig bomen tevreden is.

Dicht bij grote kolonies kan het publiek vaak veel vleermuizen waarnemen en al vroeg op de avond. Rond een kerk, kasteel of abdij kan je de typische bewoners van grote warme zolders zien uitvliegen, zoals de laatvlieger, grootoorvleermuis, baarvleermuis of de zeldzame ingekorven vleermuis.

Als je kolonies in holle bomen weet zijn in een bos of park kan je de uitvliegers spotten. Watervleermuizen en rosse vleermuizen zijn de meest algemene boombewoners.

Waar grote waterpartijen aan hoge bomen of bosranden grenzen heb je altijd veel jachtactiviteit van verschillende soorten. Watervleermuizen of de zeldzame meervleermuizen kan je laag boven het wateroppervlak spotten. Dwergvleermuizen, ruige dwergvleermuizen en rosse vleermuizen zijn andere liefhebbers van plassen en moerassen met bomen of bos langs de oevers.

Een aantal soorten laat zich niet afschrikken van felle straatlampen, integendeel ze komen er juist graag jagen. Laatvliegers, rosse vleermuizen, bosvleermuizen en dwergvleermuizen zijn soorten die je rond lantaarns kan opmerken. Zeker als die lampen in een insectenrijk gebied liggen zoals een park, een bosrand, of een dorp met veel groen.

Ik hoor een vleermuis, welke is het nu?

Zet de detector snel op 45 kHz. Dat is de beste instelling om het geluid van de dwergvleermuis te horen, onze meest algemene soort. De kans is het grootst dat als je een vleermuis tjdens je wandeling hoort, het een dwergvleermuis is.

Op die frequentie hoor je ook meteen goed de watervleermuis. Die verwacht je natuurlijk vooral als je met je publiek aan de waterkant staat.

Hoor je op 45 kHz het geluid niet zo goed, verlaag dan snel de frequentie van je detector naar 25 of 20 kHz. Want wie weet heb je wel één van de grote soorten beet : de laatvlieger of rosse vleermuis.

Ben je heel goed voorbereid en weet je precies welke soort waar en wanneer gaat langsvliegen, dan kan je natuurlijk je detector vooraf op de juiste frequentie zetten van je doelsoort. Bijvoorbeeld aan de rand van een grote vijver waar elke avond bij goed weer eerst de rosse vleermuizen verschijnen. Dan kan je natuurlijk best met de deur in huis vallen en beginnen op 20 kHz.

Als je een beetje oefent herken je deze 4 soorten al gauw aan hun geluiden en vlieggedrag.

Dwergvleermuis

Het typische geluid van de dwergvleermuis op 45 kHz, terwijl die onder de boomkruinen van een dreef in een park jaagt. Klankrijke geluiden in een snel en regelmatig ritme.

Rosse vleermuis

Het typische geluid van de rosse vleermuis op 20 kHz, terwijl die hoog boven een grote vijver jaagt, een zeer gevarieerd melodieus geluid met een relatief traag ritme: twiet, tjok, twiet tjok.

.

Laatvlieger

Het typische geluid van de laatvlieger op 25 kHz, terwijl die boven een grasland met alleenstaande bomen in een park jaagt: zware klanken met een relatief traag ritme, het doet wat denken aan een tapdanser.

Watervleermuis

Het typische geluid van de watervleermuis op 40 kHz, terwijl die laag boven de waterspiegel van een vaart jaagt. Het geluid doet aan castagnetten denken.

We gaan hier dieper op in op aparte pagina's. Hier kan je ook te weten komen hoe je biotoop, vlieggedrag en geluiden combineert tot een determinatie.