Europese verordening nr. 1143/2014

Europese verordening nr. 1143/2014

De Europese verordening betreffende invasieve, uitheemse soorten is van kracht sinds 1 januari 2015. De verordening hanteert de drietrapsaanpak om de negatieve impact van invasieve, uitheemse soorten binnen Europa zoveel mogelijk te beperken. Deze soorten houden immers geen rekening met landsgrenzen. Internationale wetgeving is dan ook noodzakelijk om tot een uniforme en effectieve aanpak te komen.

De tekst is raadpleegbaar via de Europese Codex. Meer informatie wordt gegeven door de Europese Commissie en de IUCN.

De lijst van voor de Unie zorgwekkende, invasieve soorten

De bepalingen uit de Europese verordening gelden voor soorten van de lijst van voor de Unie zorgwekkende, invasieve soorten. Dit is een dynamische lijst: er kunnen soorten worden toegevoegd en verwijderd. Soorten worden op deze 'Unielijst' opgenomen indien ze een aantoonbare negatieve impact op de inheemse Europese biodiversiteit hebben én de maatregelen uit de verordening deze impact kunnen beperken.

De geconsolideerde lijst kan men raadplegen op de website van de Europese Commissie. Meer gedetailleerde info over de planten en dieren van deze lijst vindt u op deze website.

Nieuwe soorten ter opname op de Unielijst worden door de Europese Commissie of door de lidstaten voorgesteld. Een soort kan pas voor opname beschouwd worden indien een wetenschappelijk onderbouwde risicobeoordeling werd uitgevoerd die aan verschillende vereisten voldoet. Via het informatieplatform van de Europese Commissie kan je nagaan welke soorten momenteel ter beoordeling voorliggen en dus mogelijks zullen toegevoegd worden. Indien een correcte risicoanalyse werd opgesteld, wordt deze soort ter opname voorgelegd aan een Europees Comité, waarin alle lidstaten vertegenwoordigd zijn.

De bepalingen van de verordening

Soorten van de Unielijst mogen niet worden gehouden, gekweekt, vervoerd, gebruikt, uitgewisseld, of worden toegestaan om zich voort te planten. Daarenboven is het uiteraard niet toegestaan om de soorten vrij te laten in het milieu.

Hierbij zijn overgangsbepalingen van kracht. Gezelschapsdieren van soorten die voor hun opname op de Unielijst in bezit waren, mogen worden gehouden tot hun natuurlijke dood, op voorwaarde dat de dieren in een gesloten omgeving gehouden worden, niet kunnen ontsnappen en zich niet kunnen voortplanten. Commerciële voorraden van planten en dieren kunnen tot één jaar na opname op de Unielijst aan particulieren worden verkocht, onder de voorwaarde dat ze in een gesloten omgeving gehouden en getransporteerd worden. (Particulieren die deze soorten aankopen gedurende dit ene jaar, mogen deze houden tot de natuurlijke dood ervan, maar moeten kunnen verzekeren dat deze in een gesloten omgeving worden gehouden en zich niet kunnen voortplanten.) Bovendien kunnen commerciële voorraden tot twee jaar na opname op de Unielijst aan erkende instellingen (o.a. onderzoekscentra en dierentuinen) worden verkocht of overgedragen.

Naast het vermijden van deze opzettelijke vormen van introductie (bv. handel), dienen de lidstaten de wijzen waarop soorten onopzettelijk worden geïntroduceerd (bv. als verstekeling) in de mate van het mogelijke te vermijden.

Indien een soort die nog niet eerder op het grondgebied van de lidstaten was vastgesteld, toch wordt waargenomen, dient deze zo snel mogelijk verwijderd te worden. Dergelijke snelle respons is een gedeelde verantwoordelijkheid van (lokale) overheden en terreineigenaars.

Voor die soorten op de lijst die al wijdverspreid zijn, dienen de lidstaten maatregelen te nemen om deze soorten zoveel mogelijk onder controle te houden. Ook dit is een gedeelde verantwoordelijkheid tussen overheden en terreineigenaars.