Conditie, structuur of vitaliteit?

Spraakverwarring bij het beoordelen van bomen

Bij de beoordeling van bomen worden de termen conditie en vitaliteit heel vaak door elkaar gebruikt. Dat zorgt voor verwarring, want ze betekenen wel degelijk iets anders. Ook een holte of houtrot in een boom, een probleem met de boomstructuur, wordt vaak onterecht geassocieerd met een verminderde conditie of vitaliteit.

De structuur van een boom is het geheel van stam, takken en wortels. Bij het beoordelen van de structuur focus je op symptomen van mechanische gebreken (holtes, scheuren, houtrot, ...) en symptomen die wijzen op herstel door de boom zelf (reactiehout, wondovergroeiingsweefsel, ...)

De conditie van een boom is een momentopname van de ‘gezondheidstoestand’ van een boom, los van structurele gebreken. De conditie wordt waargenomen of gemeten aan de hand van de bladbezetting, bladgrootte, bladkleur, scheutlengte, chorofylfluorescentie, …

Bij een boombeoordeling is het belangrijk om conditie en structuur los van elkaar te beoordelen. Ondanks het feit dat beide elkaar wel kunnen beïnvoeden, zijn ze in principe niet aan elkaar gekoppeld. Om een voorbeeld te geven: een boom kan een prima conditie hebben en een mooie volle, donkergroene kroon hebben, maar op het punt staan om volledig in elkaar te storten door scheuren, holtes en houtrot. Anderzijds kan een boom ook dood zijn (en dus een slechte conditie hebben), maar toch geen gebreken vertonen en structureel perfect in orde zijn.

En wat dan met vitaliteit? Dat is het vermogen van een boom om te reageren op een verbetering van zijn groeiplaatsomstandigheden. Het geeft dus aan of een boom met een verminderde conditie nog in staat is om die conditie te verbeteren. Ook veerkracht kan als synoniem van vitaliteit gebruikt worden.

Vooral de termen conditie en vitaliteit worden vaak door elkaar gebruikt, maar wat men doorgaans bedoelt, is conditie: een waarneming of meting van hoe een boom er op dit ogenblik aan toe is. Vitaliteit is veel moeilijker om vast te stellen. Eigenlijk kan die pas ondubbelzinnig vastgesteld worden als er effectief een verbetering van de groeiplaats gebeurt. Los daarvan zijn er paramaters te beoordelen (bv. in de kroonarchitectuur) die een indicatie geven van vitaliteit, maar dat is niet courant en niet eenvoudig.