Brandhout

Als je met houtblokken stookt, is er maar één optie: zuiver, niet behandeld en droog hout.

Droog hout

Hout zal altijd een bepaalde hoeveelheid vocht bevatten. Vers hout bestaat uit 50-60% water. Pas als dat gezakt is onder de 20%, liefst 15%, kan het worden gebruikt als brandhout. Normaal gekliefd hout onder een luchtig afdak heeft twee jaar tijd nodig om dit vochtgehalte te bereiken. Fijner gekliefd hout is na een jaar al droog genoeg mits droog gelegd en niet te dicht gestapeld.
In de handel vind je voor 20 tot 30 euro vochtmeters waarmee je het vochtgehalte van het hout kan meten door erin te prikken. Een video over het gebruik van zo'n vochtmeter kan je vinden op de onderstaande pagina.

 

Gestapeld brandhout heeft meestal twee jaar nodig om droog genoeg te zijn.

Zuiver hout

De verleiding is groot om afvalhout te stoken, afkomstig van een afbraak en dergelijke. Helaas geven verbrandende verf en lijm erg veel giftige stoffen af bij verbranding onder de relatief lage temperatuur.

Gebruik daarom nooit geverfd hout, spaanderplaat, OSB of multiplex. Ook verduurzaamd tuinhout, gedrenkte panlatten en treinbiels mag je zeker nooit verbranden. 

 

 

 

Hout geschikt voor planken of balken wordt beter niet gebruikt als brandhout.

Resthout

Hout is afkomstig uit bossen. Bossen zijn oases van biodiversiteit, het is zonde om bomen enkel te kappen voor het brandhout. Daarom raden wij aan om enkel brandhout te gebruiken van zogenaamde reststromen. Dat is hout dat niet geschikt is voor industriële toepassingen zoals fineer, planken of balken. Hout van dunnere boompjes na een dunning, kroonhout dat niet recht genoeg is of resthout na productieprocessen zijn geschikt. Al het hout opruimen in het bos is zeker niet de bedoeling. In vele Vlaamse bossen is er te weinig dood hout aanwezig voor de natuur. In ecologisch goede bossen is minstens 4 % dood hout aanwezig en streven we naar 10 % of meer. Een deel van het hout kan je dus gebruiken maar in duurzaam bosbeheer blijft ook heel wat dood hout liggen en staan.