Boomsoortenkeuze

Ruwe berk is een boomsoort die spontaan kan komen. Indien gewenst kan je hem ook zaaien of aanplanten. Ruwe berk is een soort die bijna overal kan groeien, enkel niet op natte standplaatsen.

Welke boomsoorten aanplanten...

Wanneer je kiest voor kunstmatige verjonging (aanplanten of zaaien) van boom- en of struiksoorten is het belangrijk soorten te kiezen die zijn afgestemd op de groeiplaats. Het bodemtype en de waterhuishouding zijn hierbij belangrijke factoren. Het inbo heeft voor Vlaanderen de toepassing BOBO ontwikkeld. Hiermee kan je opzoeken welke soorten geschikt zijn om aan te planten op jouw terrein.

Sommige boomsoorten zoals Zomereik, Wintereik en Ruwe berk zijn niet veeleisend en groeien op vele plaatsen goed. We noemen dit bodemvage soorten. Andere soorten zoals Winterlinde, Zomerlinde of Zoete kers stellen meer eisen aan hun groeiplaats.

 

 

...in tijden van klimaatverandering?

Bij de boomsoortenkeuze kan op ‘veilig’ worden gespeeld en enkel worden gekozen voor de inheemse doelsoorten. Met versnellende impact van klimaatsverandering zal een nieuw bos echter onder steeds moeilijker omstandigheden moeten opgroeien. Inheemse soorten kunnen zich in theorie in zekere mate aanpassen aan een veranderend klimaat via genetische adaptatie maar dit gaat veel trager dan de snelheid van de huidige klimaatsverandering. 

Voor de boomsoortenkeuze maken we daarom best gebruik van een terugvalscenario, waarbij bij steeds verslechterend klimaat meer afgeweken kan worden van een puur inheems boomsoortenpalet. Het terugvalscenario boomsoortenkeuze bestaat uit volgende stappen: 

  • Stap 1: hoofdboomsoorten bestaan uit inheemse standplaatsgeschikte soorten. Steeds proberen verschillende herkomsten aan te planten. Steeds rekening houden met te verwachten wijzigingen in de standplaats. Op zandgronden bijzondere aandacht besteden aan voldoende bijmenging van rijkstrooiselsoorten (winterlinde, zomerlinde, gewone esdoorn, haagbeuk, ratelpopulier, cultuurpopulieren, ….). Bij aanplantingen van eik op bodems met drainageklasse a en b overschakelen naar wintereik i.p.v. zomereik. Veel meer Taxus beginnen bijmengen.
  • Stap 2: idem als stap 1 maar nu 20 % bijmenging van meer zuidelijke of continentale herkomsten
  • Stap 3: wegvallende soorten vervangen door of aanvullen met beter aangepaste soorten die hier of in aangrenzende ecoregio’s al aanwezig zijn, zoals Noorse esdoorn i.p.v. gewone esdoorn, Koekelareden gemengd met loofhout i.p.v. fijnspar, meer zomerlinde in bijmenging aanplanten, ...
  • Stap 4: wegvallende soorten vervangen door Europese niet-invasieve exoten met gelijkaardige ecologische niche als inheemse soort die wordt vervangen. Voorrang geven aan soorten met rijk, niet verzurend bladstrooisel. Aanvullen met niet-Europese, niet-invasieve rijkstrooiselsoorten. Voorbeelden: Corylis colurna, Zilverlinde (Tilia tomentosa), Hybride notelaar (Juglans), Carya illinoinensis, Platanus orientalis, ...
  • Stap 5: wegvallende soorten vervangen door exoten uit de rest van de wereld die hier nog kunnen groeien
  • Stap 6: game over voor bos- en natuurbeheer

Nog wat extra hulpmiddelen en tips

  • Welk bodemtype heb je, hoe vochtig is je bodem en hoe voedselrijk? De bodemkaart van Vlaanderen kan je bekijken op geopunt. Het is deze kaart welke gebruikt wordt in BOBO.
  • Kijk naar welke soorten kruiden en struiken zich spontaan hebben gevestigd in de omgeving. Zoek informatie op over deze soorten zodat je kan inschatten hoe voedselrijk en vochtig de groeiplaats is.  Zoek boomsoorten op met gelijkaardige groeiplaatsen. Info over de ecologie van onze inheemse plantensoorten vind je hier op ecopedia.
  • Probeer het omliggende landschap te lezen. Vaak staat er in de omgeving een bos of bosje op een gelijkaardige plek. Kijk welke soorten hier goed groeien. Let wel op veel bossen zijn aangeplant dus zeker niet alle soorten die er kunnen groeien zijn aanwezig.
  • Door te kijken naar het landschap, de bodem en de reeds aanwezige soorten in de omgeving kan je proberen in te schatten welk natuurstreefbeeld bos thuis hoort op jou gekozen locatie. Meer info over natuurstreefbeelden bos vind je hier.  Op de pagina van een natuurstreefbeeld vind je onder beheer een lijst van inheemse en standplaatsgeschikte boomsoorten.
  • Leer of zoek de standplaatsvereisten op van verschillende boom- en struiksoorten. Zo leer je welke soorten op welk bodemtype goed groeien.
  • Wens je een aanplant met snelgroeiende boomsoorten te combineren met traaggroeiende? Indien ja, dan moet je soorten van beide types kiezen.
  • Welke doelen heeft het aangeplante bos? Vaak wensen we multi-functionele bossen. Hou bij de aanplant rekening met de verschillende functies die je wenst. 
  • Ga je ook een bosrand aanleggen voor de biodiversiteit? Voorzie hiervoor voldoende plaats en koop geschikte struiksoorten aan. Meer info over bosranden vind je hier.
  • Indien je subsidies wil krijgen moet je werken met inheemse en standplaatsgeschikte boomsoorten en moet je van vele boomsoorten een leveranciersdocument (herkomstattest) hebben.  Meer info hierover vind je op de webpagina van bebossen en herbebossen van ANB.
  • Er is ook een lijst met aanbevolen herkomsten. Deze heeft als doel de aanplant van goed bosplantsoen te stimuleren. Indien je plantgoed van aanbevolen herkomst gebruikt krijg je extra subsidies. De lijst van bosplantsoen van aanbevolen herkomst vind je terug op de website van het inbo.

Eens je besloten hebt welke boomsoorten geschikt zijn voor jouw terrein, zijn er nog verschillende zaken waar je rekening mee moet houden bij de aanplant: