Beschadiging van struiken en zaailingen

In dunningsbestanden is het beschadigen van struiken en zaailingen meestal onvermijdelijk, en bosbouwkundig gezien ook weinig relevant. Schade kan optreden door de velling, door het bijtrekken van hele bomen (bv. bij het opwerken met een harvester), door sleepbewegingen en door rijdende machines.

Dikwijls is het gunstig als beschadiging van struiken kan vermeden worden. Door hun schaduwwerking neigt de bosbodem immers minder tot verbramen of vergrassen.

De zaailingen van de meeste boomsoorten zijn de eerste jaren nog erg flexibel, zeker als ze opgroeien in halfschaduw. Takken en kruindelen die in verjongingsgroepen vallen, moeten ter plaatse verzaagd of meteen weggesleept worden. Anders zouden scheefgedrukte jonge bomen met sterke vervormingen aan de stamvoet opgroeien.

Bij de houtoogst voor een generatiewisseling in aanwezigheid van verworven zaailingen, is het verstandig om de te vrijwaren zones duidelijk te markeren.