Belangrijke begrippen bij graslandbeheer

Bij maaibeheer zetten we de vegetatie kort. In een gazon wordt dit vele keren tijdens het groeiseizoen gedaan. Bij hooilanden maaien we 1, 2 of 3 keer per jaar en bij ruigtes maaien we maar 1 keer om de 2 tot 5 jaar. In tuinen zullen we voor te maaien gebruiken maken van kleine toestellen zoals...

De datum waarop je maait is de maaidatum. Meestal spreken we van een maaiperiode, zoals half juni of eind augustus. Een paar dagen vroeger of later maakt niet zoveel uit.

Bij gefaseerd maaibeheer wordt een deel van het grasland niet gemaaid. Dat kan aan de rand zijn of een vlek midden in het perceel. Bij een volgende maaibeurt in hetzelfde jaar, laat je best op dezelfde plaats de vegetatie staan. Zodanig dat er een deel van het grasland een volledig jaar niet...

Ruige vegetatietypes of ruigten bestaan uit hoogproductieve, concurrentiekrachtige, kruidachtige plantensoorten. Op voedselrijke gronden bv. Grote brandnetel en Boerenwormkruid. Op vochtige gronden Moerasspirea, Echte valeriaan en harig wilgenroosje. De vochtige ruigte is trouwens zeer...

Als het gras niet gemaaid of afgegraasd wordt, leggen de halmen zich plat en sterven ze af. Het resultaat is een dik pak opeengestapeld gras waarvan de onderste laag langzaam verteert. Ook als je het afgemaaide gras niet goed afvoert krijgt een viltlaag. Vilt is dus een moeilijk doordringbare...