Aanduiden van opties in de Q-fase (QD)

In deze video vertrekken we van een beheerdoelstelling waarbij kwaliteitshout geproduceerd wordt op een kostenefficiënte manier.

De soortensamenstelling moet verder aangepast zijn aan de standplaats. Hiervoor benoemen we op voorhand het aandeel van elke gewenste boomsoort. Of maken we een prioriteitenlijstje. Zo kunnen we gemakkelijk keuzes maken als 2 kwaliteitsvolle stammen naast elkaar staan maar van een verschillende soort.

Inverde stelt een beslissingsschema ter beschikking ter ondersteuning van het aanduiden van opties. Enkele voorbeelden:

Deze boom is vitaal en van de gewenste soort. Jammer genoeg heeft hij weinig kans om later kwaliteitshout op te leveren.
Hij is verder geen belemmering voor een andere goed gevormde en vitale boom.
We kijken dus verder.

Deze boom kan wel als optie genomen worden. Het is een supervitaal exemplaar, van de gewenste soort en hij vertoont geen onoverkomelijke gebreken.
Als we niks doen, dan blijft het geen optie. Een steile zijtak wordt later een probleem om kwaliteitshout voort te brengen. We voeren nu door vormsnoei een noodkwalificering uit.
Ook omdat er vlakbij geen betere opties staan.
Verder zien we dat onze optie hinder ondervindt van zijn buur, die ook wel vitaal is.
Hoogdringend is de situatie niet, dus ringen is de gepaste ingreep.

Markeren van de opties ten slotte hoeft niet per se. Voordeel is wel dat ons werk en de voortgang zo gemakkelijker te overzien zijn.

In deze video leer je hoe je opties aanduidt, vertrekkend van een heldere beheerdoelstelling en een standplaatsgeschikte soortensamenstelling.

Inverde stelt een beslissingsschema ter beschikking ter ondersteuning van het aanduiden van opties (zie onderaan pagina).

Om de onderlinge afstand tot de opties te kennen, gebruiken we de zogenaamde 5-4-3-regel.

Per hectare hebben we bij aanvang van de kwalificeringsfase best zo’n 150 tot 250 stammen als optie. Dit is gelijk aan 5 keer het toekomstig aantal toekomstbomen per hectare dat zal worden gekozen bij het begin van de dimensioneringsfase. Concreet zoeken we dus nu elke 6 meter een waardige optie.

Halverwege de kwalificeringsfase zijn dat er nog 4 keer zo veel, of anders gezegd 120 tot 160 opties per hectare. Tegen het eind van kwalificeringsfase werken we nog slechts rond maximum 3 keer dit aantal, of omgerekend zo’n 90 tot 150 opties per hectare. Concreet is dat een optie elke 10 meter ongeveer.

Tijdsbesteding

Het beslissingsschema biedt ondersteuning bij het aanduiden van opties. Kort samengevat: ga vooral op zoek naar de supervitale opties en kijk of er acties nodig zijn ten voordele van die opties. Hoe minder werk, hoe beter, dus geen onnodige ingrepen uitvoeren.

Enkel het aanduiden van de opties neemt 3 tot 5 uur per hectare voor 1 persoon. Markeren van de opties ten slotte hoeft niet per se. Voordeel is wel dat ons werk en de voortgang zo gemakkelijker te overzien zijn.