Kleine biesvaren

Isoetes echinospora

Habitat: 

Kleine biesvaren groeit op ondiepe plaatsen in zandige vennen. De standplaatsen mogen niet te vaak droogvallen. Kleine biesvaren plant zich voort door middel van sporen, die aan de basis van de bladrozet worden gevormd. Vegetatieve vermeerdering is niet bekend. De soort heeft nood aan voldoende erosiewerking door golfslag om zonder verder beheer stand te houden: dat kan alleen in vennen die groot genoeg zijn en waar aan de noordoostoever veel windwerking is. De bodemerosie zorgt voor het wegspoelen van bezinksel en andere voedselbronnen uit het oppervlakkige zand. Op die manier is het substraat voedselarm. Het oppervlaktewater is voedselarm, zwak zuur en zeer zwak gebufferd (dus gevoelig aan verzuring). Kleine biesvaren is een uitgesproken pionier en als lage rozetplant is de soort weinig opgewassen tegen grotere waterplanten. Het oppervlaktewater dient dan ook arm te zijn aan koolstofdioxide of bicarbonaat opdat concurrenten geen kans zouden krijgen: koolstof is meestal de groeilimiterende factor bij uitstek in zulke wateren. Kleine biesvaren wordt samen aangetroffen met soorten zoals oeverkruid en waterlobelia (RØRSLETT & BRETTUM 1989).