Motormanuele velling (basistechniek)

Bij een gewone velling met de motorzaag wordt eerst de werkplek voorbereid en de vluchtroute vastgelegd. Na eventueel bijzagen van wortelaanlopen, wordt een valkerf van ongeveer ¼ boomdiameter diep uitgezaagd om de velrichting te bepalen. De valkerflijn, de plaats waar de 2 zaagsneden van de valkerf precies samenkomen, staat perfect haaks op de voorziene velrichting.

De velsnede wordt in één of meerdere zaagsneden gemaakt, iets hoger dan de zool van de valkerf. Over de breedte van de boom blijft 1/10 boomdiameter hout staan om de boom in de val te geleiden: de breuklijst. Een velhevel, een velwig of een trekkabel zorgen ervoor dat de zaagsnede open blijft en dat de boom begint te vallen. Het inslaan van velwiggen kan zware fysieke arbeid zijn.

Voorwaarts, zijwaarts of achterwaarts hellende bomen vragen een gespecialiseerde zaagtechniek, evenals overmaats dikke bomen. Vanaf een bepaalde hellingsgraad van een boom zijn er machinale hulpmiddelen nodig om de boom te doen vallen (bv.lier, rupskraan).

Sinds enkele jaren wordt de veiligheidsveltechniek met steunband steeds meer als standaard aanzien, omdat met deze techniek het moment van de val van de boom exact kan bepaald worden door de zager.

In België gebeuren jaarlijks tientallen zware ongelukken met kettingzagen, zowel bij mensen die dagelijks met een kettingzaag werken als bij occasionele gebruikers. Ook ...