Wat is vegetatie? Wat is een klein landschapselement (KLE)?

Omzendbrief LNW/98/001 geeft meer duidelijkheid over deze begrippen.

Onder vegetatie wordt verstaan: de natuurlijke en halfnatuurlijke begroeiing met alle spontaan gevestigde kruid-, struweel- en bosbegroeiingen. Het abiotische milieu (het water, de bodem,…) waarin de vegetaties voorkomen, kan door de mens beïnvloed of gevormd worden. Het betreft zowel begroeiingen in het water als op het land. Ook bossen zijn vegetaties, onafhankelijk van het feit of de boomlaag is aangeplant of niet. Cultuurgewassen behoren niet tot de natuur.
Voorbeelden van vegetaties zijn o.a. vennen, heiden, moerassen, schorren, slikken, duinvegetaties, niet recent omgeploegde en ingezaaide graslanden, loofbossen, houtachtige beplantingen.

Onder kleine landschapselementen (KLE) verstaan we: lijn- of puntvormige elementen met inbegrip van de bijhorende vegetaties waarvan het uitzicht, de structuur of de aard al dan niet resultaat zijn van menselijk handelen, en die deel uitmaken van de natuur zoals: bermen, bomen, bosjes, bronnen, dijken, graften, houtkanten, hagen, holle wegen, hoogstamboomgaarden, perceelrandbegroeiingen, sloten, struwelen, poelen, veedrinkputten en waterlopen.

Vrijstelling op het verbod of de vergunningsplicht?

Vooraleer verder in te gaan op welke wijzigingen verboden zijn en welke vergunningsplichtig geven we eerst aan in welke gevallen het verbod of de vergunningsplicht niet geldt. De vrijstellingen van het verbod en de vergunningsplicht staan in detail beschreven in de omzendbrief LNW/98/01.

In het kort komt het neer op een vrijstelling van het verbod en de vergunningsplicht voor:

  • activiteiten op de huiskavel van een woning en/of bedrijfsgebouw binnen een straal van maximaal 100 m (wordt 50 m in de bestemmingen groen-, park-, buffer- en bosgebied). De woning moet bewoond en het bedrijfsgebouw in gebruik zijn. Het kadastraal perceel dient te horen bij de vergunde woning of deel uitmaken van de bedrijfsvoering. Daarenboven moeten zij regelmatig vergund zijn. Dit betekent dat bijvoorbeeld een niet-legaal opgetrokken bouwwerk of een bedrijf dat over geen milieuvergunning beschikt niet voldoen aan de voorwaarden voor een eventuele vrijstelling.
  • activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning is bekomen en waarbij advies aan ANB gevraagd werd;
  • activiteiten die opgenomen zijn in een goedgekeurd (beheer)plan;
  • activiteiten die tot het normaal onderhoud horen, zoals het snoeien van bomen (beschreven in de code van goede natuurpraktijk in omzendbrief LNW/98/01)