Procedures

Aanvraag ontheffing: procedure

Valt de ontbossing niet onder de uitzonderingsgevallen van het ontbossingsverbod zoals bepaald in art. 90bis van het Bosdecreet dan moet een individuele ontheffing op het ontbossingsverbod worden aangevraagd bij de minister.

Die aanvraag moet gebeuren vóór de aanvraag van de omgevingsvergunning en wordt gericht aan ANB. Als het dossier ontvankelijk en volledig is, legt het ANB de aanvraag, samen met zijn advies, ter beslissing voor aan de minister bevoegd voor het Natuurbehoud. In de praktijk heeft de minister deze bevoegdheid gedelegeerd naar de Administrateur-Generaal van het ANB.

Als de aanvrager ontheffing wordt verleend op het verbod tot ontbossing, moet hij/zij een eensluidend verklaard afschrift van die beslissing bij zijn aanvraag voor de omgevingsvergunning tot ontbossing voegen.

Als de ontheffing op het verbod tot ontbossing niet wordt toegekend, dan blijft het verbod op ontbossing geldig en kan er geen omgevingsvergunning tot ontbossing worden afgeleverd.

Aanvraag omgevingsvergunning tot ontbossing/ omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden

De aanvrager van de omgevingsvergunning voegt - naast het ontheffingsbesluit indien van toepassing - bij zijn aanvraag een voorstel tot compensatie, ingevuld op het compensatieformulier.

De vergunningverlenende overheid bezorgt het formulier samen met de adviesaanvraag aan het ANB. Die moet tegelijk met het uitbrengen van het advies, ook de voorgestelde compensatie goedkeuren.

Als het ANB oordeelt dat het compensatievoorstel moet aangepast worden, dan stelt het de aanvrager hiervan schriftelijk op de hoogte. De aanvrager kan dan binnen de 14 dagen na ontvangst bezwaren tegen deze aanpassing of een alternatief compensatievoorstel aan het agentschap bezorgen. Als het ANB het formulier met de beslissing over de compensatie niet binnen de dertig dagen heeft teruggestuurd naar de vergunningverlenende overheid, wordt dat beschouwd als een goedkeuring van het voorstel van de aanvrager (stilzwijgende goedkeuring).

Het goedgekeurde compensatieformulier maakt integraal deel uit van de vergunning en de compensatiemaatregel moet dan ook in de voorwaarden van de vergunning worden opgenomen. Het formulier wordt samen met de omgevingsvergunning naar de aanvrager verstuurd.

Als de aanvrager niet akkoord is met de goedgekeurde en eventueel aangepaste compensatiemaatregelen opgenomen in de voorwaarden van de vergunning, moet hij gebruik maken van de administratieve beroepsmogelijkheid waarin de wetgeving betreffende de ruimtelijke ordening voorziet.

Het goedgekeurde compensatievoorstel kan niet gewijzigd worden los van de omgevingsvergunning.