Wijzigingen vegetaties of kleine landschapselementen (KLE's)

Als het planten van bomen zorgt voor vegetatiewijziging, of wijziging van een klein landschapselement (KLE), dan zagen we in het onderdeel 'kappen van bomen' dat dit ofwel verboden kan zijn, ofwel vergunningsplichtig (vanuit het Natuurdecreet, omgevingsvergunning voor wijzigen van vegetaties). Dit kan je bepalen aan de hand van de vragenlijst opgemaakt op de betreffende ecopediapagina .

Bomen planten in VEN

In het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) zijn vegetatiewijzigingen of het wijzigen van KLE's verboden behoudens ontheffing (zie onderdeel kappen van bomen).

Bomen planten in SBZ

In de Speciale Beschermingszones (SBZ) afgebakend in het kader van Natura 2000 zullen vegetatiewijzigingen vergunningsplichtig zijn en kan het zijn dat een passende beoordeling moet worden opgemaakt. Terugkoppeling met ANB is in deze nodig.

Natuurrichtplannen

In Natuurrichtplannen kunnen bepalingen opgenomen zijn rond het planten van bomen. Ter info: natuurrichtplannen waren het centrale instrument binnen het VEN maar na enkele proefprojecten werd beslist de opmaak ervan facultatief te maken. Er zijn er 6 goedgekeurd in de periode 2007-2009. Deze planfiguur wordt nu verlaten en vervangen door de managementplannen.

Een overzicht van de bepalingen m.b.t. het planten van bomen uit de 6 natuurrichtplannen vind je via deze link: Screening NRP.pdf

MER-plicht bij bebossing van meer dan 10 ha

Bovendien worden bebossingen van meer dan 10 hectare onderworpen aan de MER-plicht. Ontheffing op de MER-plicht is evenwel mogelijk.

Bomen planten langs wegen

Langs autosnelwegen

Het Koninklijk Besluit betreffende de vrije stroken langs autosnelwegen (4/06/1958) bepaalt dat een vrije strook van 30 meter moet worden vrijgelaten vanaf de grens van het domein van de autosnelweg. Benevens de rijbanen, de stationeerstroken en de als zodanig gerangschikte toegangswegen, omvat het domein van de autosnelweg, gans het Rijksdomein aan weerszijden van de weg, dat met het oog op de behoeften en voor de dienst van de autosnelweg is ingericht.

Bovendien bepaalt art.3 dat het verboden is om langs de aansluitingscomplexen van de autosnelweg, over een diepte van tien meter gemeten van de grens van het domein van de autosnelweg, hoogstammige bomen te planten of enige andere aanplanting met een hoogte van meer dan een meter te doen.

Langs gewestwegen

Hoewel het Koninklijk Besluit van 1934 aangaande bouwvrije stroken langs Gewestwegen opgegeven is, hanteert AWV nog steeds dezelfde regels met betrekking tot het planten van bomen. Bijgevolg moeten hoogstammen of beplantingen hoger dan 1,5 meter op minstens 2 meter achter de grens openbaar domein of rooilijn geplant worden en levende hagen lager dan 1,5 meter op 0,25 meter van zelfde grens – snoeien tot max. die hoogte vereist.

Daarnaast houdt het Agentschap Wegen en Verkeer - uiteraard - ook rekening met andere aspecten zoals de verkeersveiligheid, goede ruimtelijke ordening en beleidsmatige gewenste ontwikkelingen. Rekening houdend met bovenstaande factoren zal het Agentschap Wegen en Verkeer elke aanvraag tot het planten van bomen langs gewestwegen aldus in concreto beoordelen. 

Bomen planten langs waterwegen

Overal is het planten, maar ook gewoon het laten groeien van zaailingen van naaldbomen op minder dan zes meter van de oevers van bevaarbare en onbevaarbare waterlopen verboden. Dit wordt bepaald door artikel 40 van de wet op het natuurbehoud van 12 juli 1973 - dit is de voorloper van het Natuurdecreet. Onder naaldbomen komt immers minder begroeiing voor waardoor de kans op afkalving van de oevers toeneemt. Bovendien werken naaldbomen verzuring en verdroging van de bodem in de hand.

Langs bevaarbare waterlopen - rivier

De algemene afstandsregels (Ordonnantie van 1669) --> indien er een jaag- of voetpad is: plantverbod ter hoogte van dit jaagpad (9,75 m – 30 voet) of voetpad (3,25 m).

Daarnaast zijn er bijzondere afstandsregels die bepaald worden per waterloop in de respectievelijke bijzondere reglementen bij het Algemeen Scheepvaartreglement of in de eigen reglementen die voor een aantal waterwegen zijn uitgevaardigd (KB 15/9/1950).  

Langs bevaarbare waterlopen – kanalen

Hier gelden de afstandsregels uit het Veldwetboek

Langs onbevaarbare waterlopen

Er zijn verschillende regels van toepassing naargelang de categorie en de ligging (binnen of buiten polder/watering) van de onbevaarbare waterloop.

Onbevaarbare waterlopen - 1e categorie

De aanpalenden hebben de plicht doorgang te verlenen voor de machines, de werklieden en personeelsleden van het bestuur die moeten instaan voor die werken. Zij moeten op hun gronden, binnen de vijf meter van de beek, ook het uit de waterloop gehaalde slib en andere voorwerpen aanvaarden, indien die niet schadelijk zijn (Art. 17 van de wet betreffende de onbevaarbare waterlopen van 28 december 1967).

VMM legt daarom op dat voor hoogstambomen een minimale tussenafstand van 12 meter verplicht is voor waterlopen van 1ste categorie.

Buiten polders en watering, waterlopen van 2de en 3de categorie

Het aanbrengen van beplantingen en constructies of het herstellen daarvan, binnen een afstand van drie meter van een waterloop, is verboden zonder schriftelijke vergunning van het gemeentebestuur. Bij het verlenen van die vergunning moet de gemeente erover waken dat het onderhoud van de waterloop in kwestie niet in het gedrang komt. De aanpalenden hebben immers de plicht doorgang te verlenen voor de machines, de werklieden en personeelsleden van het bestuur, die moeten instaan voor die werken. Zij moeten op hun gronden, binnen de vijf meter van de beek, ook het uit de waterloop gehaalde slib en andere voorwerpen aanvaarden, indien die niet schadelijk zijn (Art. 17 van de wet betreffende de onbevaarbare waterlopen van 28 december 1967).

Binnen polders en wateringen: waterlopen van 2de en 3de categorie en polderwaterlopen

Het aanbrengen van beplantingen en constructies of het herstellen daarvan, binnen een afstand van drie meter van een waterloop, is verboden zonder schriftelijke vergunning van het polder- of wateringbestuur. Bij het verlenen van die vergunning moet dit bestuur erover waken dat het onderhoud van de waterloop in kwestie niet in het gedrang komt. Ook hier bestaat de plicht om doorgang te verlenen voor de machines, de werklieden en personeelsleden van het bestuur, die moeten instaan voor die werken. Deze voorschriften vind je in Art. 2 en 6 van het Koninklijk Besluit houdende algemeen politiereglement van de polders en de wateringen van 30 januari 1958 en de provinciale reglementen.

Langs spoorwegen

Langs spoorwegen geldt de regel dat men geen bomen mag behouden op een grotere hoogte dan de afstand tussen de voet van de boom en de vrije rand van de spoorweg (indien verhoogde berm of ingegraven = steeds bovenrand) (Wet 25/6/1891, gewijzigd 21/03/1991).

Bovendien heeft men een schriftelijke toestemming van NMBS/Infrabel nodig om bomen te behouden op minder dan 6 m van de vrije rand van de spoorweg en minder dan 20 m van de uiterste rand van de spoorweg in bochten met een straal kleiner dan 500 m.

Bomen in de buurt van tramleidingen

Uit een reactie van De Lijn halen we dat er inzake het planten of snoeien van bomen en planten geen specifieke richtlijnen zijn uitgeschreven. In de realiteit vraagt De Lijn om traag groeiende planten te gebruiken zodat er niet te veel gesnoeid moet worden. Aan particulieren wordt gevraagd om regelmatig te snoeien zodat er geen schade aan de tramvoertuigen gebeurt.

Bomen in de buurt van leidingen

Electriciteitsleidingen

Het gewest, de gemeente of vergunninghouder heeft de bevoegdheid boomtakken af te hakken, de bomen te vellen en wortels te rooien die te dicht bij bovengrondse of ondergrondse elektrische leidingen hangen en die kortsluitingen of andere schade aan de geleiding zouden kunnen veroorzaken.

Behoudens dringende gevallen, wordt het recht te hakken, vellen of rooien afhankelijk gesteld van de weigering van de eigenaar. Indien de eigenaar een maand niets onderneemt dan kan de overheid zelf kappen.

Hoogspanningsleidingen

Er worden geen aanplantingen van meer dan 3 meter hoog getolereerd in een strook van 20 meter langs beide kanten van de as van de hoogspanningslijn.
Men is wettelijk verplicht het technische secretariaat van Elia te contacteren!

Gasleidingen

Binnen de voorbehouden zone van 5 meter aan weerszijden van de as van de Fluxys-aardgasvervoerinstallaties is het planten van bomen verboden, met uitzondering van deze vermeld in een lijst opgemaakt door Fluxys.

Enkel bomen en/of struiken zijn toegelaten die op de volgende lijst van Fluxys voorkomen: http://www.fluxys.com/belgium/nl-BE/Fluxys%20nearby/PipelineNearby/ProhibitedActivities/ProhibitedActivities

Bij bomen en struiken uit die lijst, moet er evenwel voor gezorgd worden dat de planten binnen de voorbehouden zone niet hoger worden dan 2,5 meter en een stamdiameter van 10 cm op een hoogte van 1,5 meter niet overschrijden.