Bomen planten: wat zegt de wet?

In de wetgeving staan een beperkt aantal regels die gerespecteerd moeten worden bij het planten van bomen en struiken. Deze zijn verspreid over verschillende beleidsdomeinen met hun respectievelijke wetgeving. 

Veldwetboek

Zo regelt het Veldwetboek (uit 1886!) een aantal zaken die kaderen binnen het goede nabuurschap zoals onder andere de afstanden voor beplantingen. Het Veldwetboek geeft een aantal algemene plantafstanden op die gerespecteerd moeten worden als er geen 'vaste, erkende gebruiken zijn' die in de regio of de gemeente gelden (zie verder). De algemene plantafstanden zijn:

  • hoogstammige bomen worden op (minstens) twee meter en andere bomen en levende hagen op een halve meter van de scheidingslijn tussen twee erven geplant;
  • wanneer een levende haag tot afsluiting dient, moet zij, bij gebreke van een hiermee strijdig gebruik, op ten minste vijftig centimeter van de scheidingslijn staan;
  • fruitbomen mogen als leibomen, aan elke kant van een gemeenschappelijke muur geplant worden (indien de muur niet gemeen is dan heeft enkel de eigenaar dat recht);
  • in de voor de landbouw bestemde gedeelten van het grondgebied is bosaanplanting verboden op minder dan zes meter van de scheidingslijn tussen twee erven. Bovendien is vergunning van het college van burgemeester en schepenen vereist voor bebossing en een advies van Departement Landbouw en Visserij - Afdeling Beleidscoordinatie en omgeving (ABCO) en dit binnen de 20 dagen, vanaf datum verzending. Bij gebrek aan advies wordt het verondersteld gunstig te zijn.

Er zijn een aantal uitzonderingen op bovenstaande algemene regels uit het Veldwetboek, nl.:

  • de afstandsregels van het Veldwetboek kunnen niet afgedwongen worden van de overheid wanneer het gaat over bomen die deel uitmaken van het openbaar domein;
  • verkrijgende verjaring: als de bomen er al langer dan 30 jaar onverstoord staan (d.w.z. de buurman heeft er nog nooit over geklaagd) dan kunnen ze blijven staan ongeacht de afstand (burgerlijk recht: erfdienstbaarheid zichtbaar en voortdurend);
  • de bestemming van de huisvader: indien een eigenaar zijn domein splitst en doorspeelt aan zijn kinderen/verkoopt ontstaat de erfdienstbaarheid van plantrecht om beplantingen te hebben op kortere afstand (was latent aanwezig);
  • bij een overeenkomst tussen twee eigenaren (best schriftelijk en notarieel vastgelegd).

Indien er andere (vaste en erkende) gebruiken bestaan in de gemeente (check dit bij de milieu-ambtenaar, griffie van de rechtbank, verkavelingsvoorschriften,…) dan zijn die welbepaalde regels van toepassing (dit gaat voor op de algemene afstandsregels). ‘Erkend gebruik’ wil zeggen dat het langdurig, bestendig, eenvormig en openbaar is.

Gevolgen niet respecteren afstandsregels

Werden bomen, hagen, heesters en struiken op een kortere afstand geplant dan in de wet bepaald, dan kan de nabuur de rooiing er van eisen.

Let wel: dit houdt geen automatisch recht in! Bijgevolg is het de vrederechter die in deze kwesties een appreciatiebevoegdheid heeft en hierbij alle belangen van beide partijen zal inroepen.

Bovendien betekent de uitspraak van de vrederechter nog niet dat men een vergunning heeft om de boom te kappen! Deze moeten -indien nodig- ook aangevraagd worden eer de bomen gekapt kunnen worden. Een bijzonder voorbeeld hiervan vind je in het magazine Frontaal van het Gents Milieufront, maart 2016, p 13-15, 'Kafka voor een boom'.