De ‘historisch permanente graslanden (HPG)’ (definitie binnen het natuurbehoud)

De natuurbehoudswet- en –regelgeving (Natuurdecreet, 1997) beschermt waardevolle graslanden via het statuut van ‘historisch permanent grasland (HPG)’ en het statuut 'permanent grasland'.

Het Natuurdecreet definieert ‘historisch permanente graslanden’ als volgt: ‘een halfnatuurlijke vegetatie bestaande uit grasland gekenmerkt door het langdurige grondgebruik als graasweide, hooiland of wisselweide met ofwel cultuurhistorische waarde, ofwel een soortenrijke vegetatie van kruiden en grassoorten waarbij het milieu wordt gekenmerkt door aanwezigheid van sloten, greppels, poelen, uitgesproken microreliëf, bronnen of kwelzones.’

Op de kaart met waardevolle graslanden in de landbouwstreek ‘Polders’ werden de HPG definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering. Voor de rest van Vlaanderen wordt indicatief verwezen naar de Biologische Waarderingskaart (BWK).

Volgende karteringseenheden komen in aanmerking als ‘historisch permanent grasland’:

Omschrijving BWK-code
Vochtig, licht bemest grasland (‘dotterbloemhooiland’) Hc
Vochtig, licht bemest grasland gedomineerd door russen Hj
Natte ruigte met Moerasspirea Hf
Onbemest, vochtig schraalgrasland Hm
Onbemest, vochtig heischraalgrasland, oligotroof type Hmo
Onbemest, vochtig schraalgrasland, mesotroof type Hmm
Onbemest, vochtig schraalgrasland, basisch type Hme
Kalkgrasland Hk
Kalkrijk duingrasland Hd
Zinkgrasland Hv
Mesofiel hooiland Hu
Weilandcomplex met veel sloten en / of microreliëf Hpr
Soortenrijk permanent cultuurgrasland met relicten van halfnatuurlijke graslanden Hp*
Soortenrijk permanent cultuurgrasland met elementen van rietland Hp + Mr
Soortenrijk permanent cultuurgrasland met elementen van dotterbloemgrasland al dan niet met veedrinkpoel Hp + Hc(Kn)
Soortenrijk permanent cultuurgrasland met belang voor (avi-)fauna Hp met overdruk fauna

Let op Struisgrasvegetatie op zure bodem (Ha) en de Droge heischrale graslanden (Hn) vallen onder de Heide-vegetaties. Heide-vegetaties zijn ook beschermde vegetaties.

Meer uitleg over de verschillende BWK-codes vind je hier terug. 

De 'permanente graslanden' (definitie binnen het natuurbehoud)

Het Maatregelenbesluit (BVR van 21/11/2003 houdende maatregelen ter uitvoering van het gebiedsgericht natuurbeleid), een van de uitvoeringsbesluiten van het Natuudecreet, definieert het begrip 'permanent grasland' als: een permanent grasland is een de cultuurgrond die minimum vier jaar ononderbroken grasland is. 

'Blijvende graslanden (BG)’ (definitie binnen het landbouwbeleid)

De verzamelaanvraag is het systeem waarmee land- en tuinbouwers in Vlaanderen hun verplichte aangiftes doen en tegelijkertijd een aantal steunmaatregelen kunnen aanvragen. Een onderdeel hiervan is de verplichte aangifte van alle percelen die in gebruik zijn. De teelten die op die percelen gekweekt worden, worden aan de hand van gewascodes aangegeven.

Vanaf de verzamelaanvraag van 2015 krijgt een perceel het statuut 'blijvend grasland (BG)' als het gedurende vijf opeenvolgende jaren wordt aangegeven met een teeltcode voor grassen en andere kruidachtige voedergewassen, zoals bijvoorbeeld de codes: ‘60 – grasland, 660 – grasluzerne, 700 – grasklaver, 9828 – natuurlijk grasland met minimumactiviteit’. Ook ‘82 – braakliggend land met minimumactiviteit zonder EAG’ wordt beschouwd als een subcategorie van ‘grassen en andere kruidachtige voedergewassen’. 

Binnen de vogel- en habitatrichtlijngebieden (de speciale beschermingszones, SBZ) worden bepaalde van die percelen blijvend grasland aangeduid als ‘ecologisch kwetsbaar blijvend grasland (EKBG)’. In landbouwstreek De Polders worden ook percelen buiten SBZ als EKBG aangeduid. 

Belangrijk om weten is dat niet alle percelen blijvende grasland in SBZ sowieso als EKBG worden aangeduid. Bij de aanduiding werd de focus gelegd op de blijvende graslanden die gelegen zijn in waterrijke gebieden, op veengronden of waarvoor reeds een scheurverbod door de natuurwetgeving geldt.