Bosontwikkelingsfasen volgens QD

QD onderscheidt vier grote bosontwikkelingsfasen. Elke fase heeft zo z'n eigen 'typische' beheer (wat niet wil zeggen dat er in elke fase per se gewerkt moet worden!)

  • Vestiging (V-fase): omvat de eerste levensjaren van een boom. Hiertoe behoren zaadval, kieming (of meteen aanplanting) en jeugdgroei tot het moment waarop de jonge zaailing de concurrentie met andere vegetatie achter zich heeft gelaten.
  • Kwalificering (Q-fase): de jonge plantjes treden in onderlinge concurrentie. Velen sterven, terwijl de meest vitale verder de hoogte in groeien. Natuurlijke stamreiniging (= afsterven van zijtakjes door lichtgebrek) zet in vanaf het moment van kroonsluiting.
  • Dimensionering (D-fase): deze fase begint wanneer de onderstam geen levende takken meer draagt over een lengte die gelijk is aan 25% van de te verwachten eindhoogte. De overgang naar de dimensioneringsfase betekent ook meteen het einde van de natuurlijke stamreiniging: kronen worden vanaf nu consequent ruimte gegeven, waardoor de groei aanzwengelt en ook de dikte van de (waardevolle) stam toeneemt.
  • Rijping (R-fase): Op een gegeven ogenblik neemt de lengtegroei van de takken af en is nog maar een beperkte kroonuitbreiding mogelijk. De rijpingsfase begint als de boom zo'n 75-80% van zijn verwachte eindhoogte heeft bereikt.
Naast de oogst van kwaliteitsstammen moet in het natuurgerichte bosbeheer ook ruimte zijn voor de laatste ontwikkelingsfase: de aftakeling. Het natuurlijk afsterven levert grote hoeveelheden (dik) dood hout op. Uitermate belangrijk voor het bosecosysteem.