Euthanaseren van Stierkikker

Omschrijving: 

In overeenstemming met bijlage 3/1 van het soortenbesluit van 15 mei 2009 moeten de dieren die het voorwerp zijn van bestrijding op een diervriendelijke manier worden gedood.

Afhankelijk van de gebruikte dodingsmethode kunnen adulten stierkikkers dienen voor particuliere consumptie. Gedode specimens die niet voor consumptie worden genuttigd, dienen op een milieuhygiënisch verantwoorde manier te worden verwerkt. Wettelijk gelden de dieren als 'res nullius' (zonder eigenaar). Hiervoor zijn aanbevelingen uitgewerkt voor de behandeling van kadavers.

Aangeraden dodingswijzen zijn de volgende.

Slag op het achterhoofd of onthoofding

  • De stierkikker krijgt een slag op het achterhoofd d.m.v. een hard object zodat de nekwervels gedislokeerd worden. Of het hoofd wordt d.m.v. een scherp mes van de rest van het lichaam gescheiden.
  • Enkel geschikt voor kleine aantallen adulten en juvenielen.
  • Vergt ervaring om de stierkikker met de juiste kracht op de juiste plaats te raken.
  • De dieren kunnen worden geconsumeerd.

Onderdompelen in een Benzocaïne of MS-222 – bad

  • Beide stoffen zijn zwaar verdovende middelen. De stierkikker krijgt een geleidelijke overdosis van deze producten met de dood tot gevolg.
  • Grote aantallen kunnen tegelijk ondergedompeld worden. Hierdoor is deze methode zeer geschikt voor het doden van larven.
  • Benzocaïne dient eerst opgelost te worden in aceton zodat het opgelost kan worden in water. Na 4u is de stof onschadelijk voor het milieu.

Injectie met natriumpentobarbitonen

  • De stierkikker krijgt en onderhuidse inspuiting met natriumpentobarbitonen ('sodium pentobarbitone').
  • Enkel geschikt voor kleine aantallen.
  • Vergt ervaring om de spuit juist te zetten.
  • Kans op verwondingen reëel.

Injectie met T-61

  • T-61 moet zeer traag worden geïnjecteerd.
  • Enkel geschikt voor kleine aantallen.
  • Vergt zeer veel ervaring om de spuit juist te zetten.
  • Kans op ernstige verwondingen reëel.