Bepoten met inheemse roofvis

Omschrijving: 

Om de impact van stierkikkers te verminderen kan geopteerd worden om inheemse roofvissen zoals snoek te introduceren. Deze vissen zullen direct, door rechtstreekse predatie op stierkikkers, en indirect, door de populatie macro-invertebraten zoals libellenlarven en waterroofkevers te vrijwaren van predatie zodat deze kunnen prederen op stierkikkers. Materiaal Snoek (Esox lucius): - De snoek heeft een bewezen effect op de populatie van stierkikkers. - Een dichtheid van 500 Juvenielen (3 tot 5cm) wordt aangeraden in het beheer van stierkikkers. - Er dient jaarlijks à 2-jaarlijks een herbepoting uitgevoerd te worden, om de dichtheden op peil te houden. Als er voldoende natuurlijke reproductie is kan deze herbepoting uitgesteld en zelfs afgesteld worden. Om de populatie roofvissen op te volgen maakt men best gebruik van schietfuiken, deze zijn effectief en selectief. Meerval (Silurus glanis): - Populatiecontrole d.m.v. meerval werd reeds onderzocht, maar er werd geen significant effect waargenomen, op de stierkikkerpopulatie, bij een dichtheid van 3 exemplaren (tussen 60 en 80cm) per 2000m². Hogere dichtheden zouden een effect kunnen hebben maar hiervoor is meer onderzoek nodig. Timing Bepoting met de meeste vis wordt best uitgevoerd als het niet te warm of te koud is, m.a.w. gedurende het voorjaar of het najaar. Jonge snoekjes (<20cm) worden best in mei geïntroduceerd grotere snoeken en meervallen worden best in oktober geïntroduceerd. Eventuele herbepotingen worden best in dezelfde periode van het jaar uitgevoerd. Aandachtspunten Voordat nieuwe vissen geïntroduceerd worden in een vijver dienen ze eerst te acclimatiseren. Gedurende enkele uren wordt geleidelijk aan het water waarin ze getransporteerd werden gemengd met water uit de doel-vijver.