Themanummer: Duizendknopen

Introductie 

Japanse duizendknoop (Fallopia japonica) een soort die menig terreinbeheerder grijze haren bezorgt. Een soort die niet op de Europese lijst staat, maar er volgens velen zou moeten op staan, want haar invasieve karakter is onmiskenbaar. Bij de volgende release van de lijst, wordt die natte droom misschien wel waar…

Op Ecopedia  kan je talloze projecten, toepassingen, experimenten, beheerinfo  etc. terugvinden. Er verschenen van de hand van Marijke Thoonen van het Instituut Natuur- en Bos onderzoek heel wat interessante publicaties in tijdschriften en magazines, waaronder Bodem(opent nieuw venster) . Er werden antwoorden gegeven op Parlementaire vragen(opent nieuw venster) . Ook ExotenNet organiseerde in 2022 al een werkgroep invasieve, uitheemse soorten(opent nieuw venster) rond het thema. Menig redactielid gaf al lezingen rond duizendknopen, waaronder Koen van Roeyen, wiens presentatie je hier(opent nieuw venster)  kan terugvinden. Ook kennisnetwerk Invasieve exoten in Nederland lijstte verschillende methodieken, hun toepassing en effectiviteit, samen met de voor- en nadelen op op hun website(opent nieuw venster) . Aan informatie dus geen gebrek. 

Maar door de vele vragen vonden we het met ExotenNet relevant om enkele projecten en beheermethoden voor jullie te bundelen. Lees dus zeker verder, volg onze Facebook-posts(opent nieuw venster) voor updates in het exoten-landschap en vooral surf naar Ecopedia voor meer info, want daar blijven wij - en vele andere beheerders met ons - alle info verzamelen. Vooral op de pagina van duizendknopen kan je bij publicaties tal van info vinden, die een basis kan vormen voor jouw persoonlijke aanpak. 

Heb je zelf een project dat je in de kijker wil zetten? Laat het ons weten via exoten@oost-vlaanderen.be 

voor nu, veel leesplezier!

De ExotenNet- Redactie 

Beslishulp voor beheerders

De Japanse duizendknoop, de Sachalinse duizendknoop en de Boheemse duizendknoop horen bij de 100 meest problematische uitheemse planten in Europa. Deze invasieve planten worden gekenmerkt door lange stengels die over de hele lengte hartvormige bladeren dragen. Ze vormen hoge, gesloten vegetaties waaronder bijna geen andere planten groeien en verspreiden zich snel. Grond die wortelstokken van invasieve duizendknoop bevat, mag vrij hergebruikt worden. Hierdoor ontstaan vele nieuwe besmettingen. Bij hergebruik van besmette bodem in de toplaag staat het vast dat nieuwe populaties zich zullen ontwikkelen in de daaropvolgende jaren. Hoe groter het aan

deel wortelstokken in de bodem, hoe sterker de plant zal terugkeren.

Wettelijke omkadering van de beheeraanpak: 

in "Een kader voor een goed beheer"(opent nieuw venster) kan je een toelichting vinden rond de wettelijke status van Duizendknopen. Afhankelijk van de gekozen beheeraanpak zijn er enkele zaken om rekening mee te houden: 

  1. Het Soortenbesluit: Het soortenbesluit(opent nieuw venster) , een uitvoeringsbesluit van het Natuurdecreet, verbiedt het opzettelijk introduceren van uitheemse soorten in het wild. Het verankert de Europese verordening (n° 1143/2014) in Vlaanderen, met regels voor de surveillance, preventie, en beheer van invasieve uitheemse soorten. Een Vlaamse lijst met soortgelijke bepalingen kan worden opgesteld, hoewel deze nog niet ingevuld is. Dit besluit faciliteert sensibilisatiecampagnes, beheer- en bestrijdingsacties en andere regulerende maatregelen.
  2.  Herbicidengebruik: Decreet en besluit duurzaam gebruik van pesticiden reguleert het gebruik van pesticiden sinds 1 januari 2015 voor openbare diensten en sinds 1 juli 2017 voor particulieren. Specifiek voor invasieve duizendknoop is een generieke afwijking voor glyfosaatinjectie mogelijk zonder aanvraag, mits de voorwaarden worden gerespecteerd. Afwijkingen hiervan vereisen een specifieke aanvraag.
  3. Bermdecreet: Het bermbesluit  regelt het maaien van bermen, met beperkingen voor maaidata. Afwijkingen kunnen worden aangevraagd voor bestrijdingsdoeleinden. Nieuwe bermbeheerplannen kunnen worden geïntegreerd in natuurbeheerplannen, wat administratieve lasten vermindert en subsidies kan opleveren.
  4. Wetgeving waterlopen: Het decreet integraal waterbeleid(opent nieuw venster)  verbiedt pesticidengebruik binnen 1 meter van oppervlaktewater. Strengere regels gelden binnen 6 meter voor commerciële activiteiten en openbare diensten, die een afwijking moeten aanvragen. Onderhoudswerken mogen slib en gemaaide planten in de 5 meterzone laten liggen.
  5. Bodemwetgeving: Het VLAREBO(opent nieuw venster) regelt het hergebruik van uitgegraven bodem om verspreiding van verontreiniging te voorkomen. Wortelstokken van invasieve duizendknoop zijn geen expliciet criterium, wat tot nieuwe besmettingen kan leiden. Soms wordt grond behandeld als verontreinigd om dit te vermijden.
  6. Dierenzorg en wettelijke verplichtingen: Het inzetten van grazers voor bestrijding van duizendknoop brengt wettelijke verplichtingen met zich mee, zoals verplichte registratie en veterinaire controles. Dieren moeten voldoende schuilmogelijkheden en voedsel hebben, met specifieke eisen voor paarden.
  7. Overige regels : Alleen personen met de nodige kennis en een fytolicentie  mogen gewasbeschermingsmiddelen gebruiken om risico’s voor mens, dier en milieu te minimaliseren.

Belang van veilig grondverzet: 

De wortelstokken spelen een sleutelrol in de verspreiding van de soort. Het verplaatsen van grond (grondverzet) leidt ertoe dat de soort op steeds nieuwe plaatsen terechtkomt. In Vlaanderen is Japanse duizendknoop nog steeds aan een opmars bezig. In (spoor)wegbermen, langs waterlopen en op industrieterreinen duiken geregeld nieuwe duizendknoopruigtes op. Om deze opmars te stoppen, vraagt Agentschap natuur en bos in te zetten  op drie maatregelen:

  1. Preventie: vermijd verspreiding bij grondverzet. Ga eerst na of er ruigten aanwezig zijn. Neem grondsanering en bepalingen voor het grondverzet op in jouw bestek. Voorbeeldbestekken kan je terugvinden via Ecopedia  en ook op de website van Provincie Oost-Vlaanderen(opent nieuw venster) . Lees ook de gids over duurzaam grondverzet. 
  2. Snelle respons: Na het grondverzet manueel restruigte verwijderen tot 5 jaar na het grondverzet. Voorzie zeker een jaarlijks nazicht. 
  3. Beheersing : Werk een meerjarenplan uit in het geval van grote duizendknoopruigtes. 
Aanpak Japanse duizendknoop VLM_IMG_20180130_123237 (VLM)

Een beslishulp voor beheerders: 

Door rekening te houden met de aanwezigheid van invasieve duizendknoop bij grondverzet kan de opmars sterk vertraagd worden en de hinder beperkt worden. Een betere regelgeving bij grondverzet kan het risico op nieuwe besmettingen en de hoge beheer kost achteraf, drastisch verminderen. Problemen met invasieve duizendknoop, moeten al in de planningsfase van het grondverzet aangepakt worden. Best wordt een werkplan opgesteld waarin wordt aangegeven hoe men wenst om te gaan met besmette grond, inclusief het transport, de stockage en de verwerking ervan. 

De oorspronkelijke groeiplaats, tijdelijke opslagplaatsen van besmette grond, de transportroutes en de locatie van hergebruik worden best opgenomen in een controle- en nazorgtraject. Dit betekent dat na recente grondwerkzaamheden in de volgende groeiseizoenen systematisch één of meerdere terreinbezoeken ingepland worden om de vegetatieontwikkeling te monitoren. Indien tijdens de controle nieuwe duizendknoopstengels worden opgemerkt worden deze onmiddellijk verwijderd door deze uit te spitten. In andere gevallen kan men ook kiezen voor afdekken, glyfosaatinjectie, begrazing ... De controle en nazorg wordt volgehouden tot minstens 1 volledig groeiseizoen geen enkele plant of scheut meer wordt waargenomen. Via controle en nazorg wordt verhinderd dat jonge besmettingen kunnen uitgroeien tot grote, aaneengesloten vegetaties.

Deze beslishulp helpt je bij het uitwerken van een goede beheerstrategie voor invasieve duizendknoop. Het is belangrijk de juiste doelstelling te kiezen en daarnaast in te zetten op preventie, controle en nazorg. Door een aantal vragen te beantwoorden, kom je tot een advies voor jouw specifieke situatie.

Vilda_106849_Japanse_duizendknoop_Yves_Adams_A5_38694.jpg (Marijke Thoonen en Sus Willems)

Auteurs: Marijke Thoonen (INBO) en Anke Stefens (RATO vzw)

Een blik op de oppervlakte-uitbreiding van Japanse duizendknoop: maaibeheer versus nulbeheer

Japanse duizendknoop is een invasieve plant die aanzienlijke ecologische en economische schade kan veroorzaken. Daarom is het belangrijk om een effectief beheersplan te hebben.  Een duurzame aanpak heeft een positief effect, is niet overdreven duur en gebruikt geen herbiciden. Nulbeheer heeft potentie om aan die randvoorwaarden te voldoen. Om de effectiviteit ervan te evalueren vergeleken we de oppervlakteverandering van duizendknoopruigte onder nulbeheer en maaibeheer.

Duizendknoopruigte afgespannen met palen en draad om maaien te voorkomen -  Marijke Thoonen (INBO)
Duizendknoopruigte afgespannen met palen en draad om maaien te voorkomen (foto: Marijke Thoonen- INBO) (Marijke Thoonen - INBO)

Resultaten van het onderzoek: 

De resultaten tonen aan dat er veel variatie is in de jaarlijkse oppervlakteverandering van de duizendknoopruigtes, ongeacht de beheerstrategie. Dit suggereert dat de groei beïnvloed wordt door verschillende omgevingsfactoren en het karakter van een ruigte. Enkele bevindingen over de uitbreidingssnelheid van invasieve duizendknopen: 

  • 7% van de locaties kromp in omvang
  • 1/3 van de locaties groeide jaarlijks  van 0-10%,
  • 1/5 van de locaties groeide jaarlijks 10-20%, 
  • nog eens 1/5 van de locaties groeide jaarlijks 20-30%
  • 1/5de van de locaties groeide jaarlijks meer dan 50%,

Dat de  ruigtes kleiner dat 4m² jaarlijks meer dan 50%,  benadrukt het belang van vroege detectie en snelle respons. Door jaarlijkse inspecties en het handmatig uitspitten van kleine groeiplaatsen kan de verspreiding van de plant effectief worden beperkt.

Figuur: Verdeling van de ruigtes uit onze dataset (in percent) volgens de mate waarin ze jaarlijks, relatief (in percent) uitbreiden. De blauwe kleur geeft de percentages van ruigtes kleiner dan 4m2. (Marijke Thoonen - INBO)

 Aanbevelingen voor beheerders

  1. Schat de mogelijke uitbreiding in: Pragmatisch kunnen we ervan uitgaan dat een gevestigde duizendknoop-ruigte jaarlijks 10-20% uitbreidt. Beheerders kunnen op basis van deze vuistregel uitrekenen hoe de oppervlakte duizendknoop-ruigte, indien gekend, op hun terreinen zal evolueren en welk aandeel van de totale beheer-oppervlakte hierdoor zal worden ingenomen. Deze rekenoefening kan een aangepast duizendknoop-beheer motiveren en onderbouwen.
  2. Jaarlijkse inspectie: Controleer uw terreinen jaarlijks tussen eind april en begin mei op kleine duizendknoopruigtes (< 4m²). Verwijder deze handmatig voordat de grote maairondes beginnen. 
  3. Voorzichtigheid bij maaien: Als maaien noodzakelijk is, wees dan extra voorzichtig om verspreiding van wortelstokfragmenten te voorkomen.
  4. Nulbeheer: Voor gevestigde ruigtes adviseren we om waar mogelijk, het nulbeheer te handhaven. Hierbij is het risico op snelle uitbreiding kleiner dan bij maaibeheer. Bovendien is dit een vorm van preventie: het risico dat nieuwe groeiplaatsen ontstaan uit afgemaaide en weggeslingerde wortelstokfragmenten blijft uit.
  5. Markeren en afpalen: We raden aan om de duizendknoop-ruigtes die bestreden worden of een aangepast beheer krijgen zoals nulbeheer of uitspit-beheer af te palen op het terrein. Niet gemarkeerde locaties worden vaak meegemaaid omdat ze minder zichtbaar zijn voor bestuurders van maaimachines. 

Conclusie

Het onderzoek toont statistisch aan dat bij nulbeheer de oppervlakte-uitbreiding gemiddeld even snel verloopt als bij maaibeheer. We vonden echter dat het risico op snelle uitbreiding groter is bij maaibeheer dan bij nulbeheer.  Anderzijds kan maaibeheer de uitbreiding ook onderdrukken. Echter, welke kant het uitgaat onder maaibeheer is zeer moeilijk in te schatten en wellicht afhankelijk van de vitaliteit van een ruigte in combinatie met de omgevings- en milieucondities. 

Om deze reden, maar ook om het risico op verspreiding via fragmenten te beperken, blijven we nulbeheer adviseren daar waar mogelijk.

Door proactief en zorgvuldig te werk te gaan, kunnen we de impact van Japanse duizendknoop op onze ecosystemen en economie minimaliseren. Raadpleeg de beslishulp voor beheerders  om jouw beheer uit te werken. 

Auteurs: Thoonen M., Van Kerckvoorde A., De Geest L., Christiaens B. in prep. Kennisopbouw invasieve duizendknopen. Opvolging van oppervlakteverandering en onderzoek naar efficiëntie van manueel uitspitten. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2024 (nr x). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel.

Bio-veilig grondverzet: de sleutel om invasieve duizendkoop systematisch terug te dringen. Een voorbeeld te Geel 

Najaar 2020 startte een bouwproject te Geel, en dit op een site die al jarenlang zwaar besmet was met Japanse duizendknoop. Om problemen te vermijden, nam de stad contact op met alle betrokkenen, om een strategie af te spreken zodat deze exoot niet tijdens en na werken voor problemen zou kunnen zorgen. Er werd (op mijn advies) gekozen om maximaal bio-veilig te werken. Dit wil zeggen dat er zeker geen besmette grond de site zou verlaten, dat de besmette grond die tijdelijk op stock gezet diende te worden op mijn voorstel minstens 2X per groeiseizoen met de kraan gekeerd zou worden, en dat zou belet worden dat op de werf nieuwe scheuten zouden ontwikkelen. Deze werden door mij regelmatig manueel verwijderd. Er zijn nu 3 groeiseizoenen achter de rug, de huizen in de zwaarst besmette zone zijn ondertussen bewoond, en er is nu nog nacontrole. Op sommige verdoken plaatsen duiken nog minimale scheuten op, en deze worden nu nog verwijderd.  

Voordat de werken begonnen, werd de duizendknoopvegetatie diep gefreesd. Dit om de oppervlakkige kronen maximaal te verkleinen. Dit heeft het regeneratievermogen in de tijd een enorme klap gegeven.  

Deze actie is zeer succesvol gebleken, en er was slechts een minieme meerkost. Deze techniek vraagt wel een zeer goede communicatie en discipline tussen alle betrokkenen.  

Een aantal foto’s van dit proces deze link Bouwen in een besmette site(opent nieuw venster)

Auteur: Sus Willems - Duizend Knopen Ontward

Bio-veilig grondverzet van duizendknopen in Geel door Duizend Knopen Ontward (Sus Willems - Duizend Knopen Ontward)

Bestrijding van invasieve duizendknoop door besmette bodem te storten in een grondwal: de case Legendale

In 2019-2020 gaf de VLM aan de zogenaamde Legendalesite te Oostkamp een nieuwe invulling. Deze zone, een beetje verloren tussen de E40 en een woonwijk, was o.a. in gebruik als gemeentelijk opslagterrein. De inrichting tot toegankelijk park met hondenspeelzone en volkstuintjes, kaderde in het landinrichtingsproject Brugse Veldzone, inrichtingsplan Nieuwenhove-Gruuthuyze. 

Bij de voorbereiding van het ontwerp werd op de gronddepots op het terrein een aantal haarden duizendknoop aangetroffen, over een totale oppervlakte van ca. 1500 m². Het betrof niet alleen de Japanse maar ook de veel forsere Sachalinse duizendknoop. Het ontwerp voor de recreatieve inrichting voorzag deze grondhopen te verplaatsen om een wal langs de autosnelweg te realiseren. Er was dus een reële kans op het verspreiden van de besmetting over de hele werkzone.

Experiment in samenwerking met AWV

In de zoektocht naar een oplossing werd in 2017 in samenspraak met Sus Willems (toenmalig ANB, nu Duizend Knopen Ontward) en Jo Laps van AWV een proefproject opgestart dat door VLM en later ook met hulp van het INBO (Marijke Thoonen) werd opgevolgd.  
De hypothese dat het wegnemen van de ‘kronen’ (de verdikte worteldelen) de sachalinse duizendknoop een zodanige klap zou toebrengen, dat ze naderhand relatief gemakkelijk onder controle te krijgen zou zijn, bleek niet te kloppen. Er was nog meer dan voldoende reserve in de overblijvende wortels om zich te herpakken; er leek na een paar weken zelfs niet te zijn afgegraven (0,5 m)! Ook de aangewende methode van het uitzeven van besmette grond met kraan met puinbak/kasseibak (maaswijdte 4,5-5,5 cm) bleek niet efficiënt. In de verschillende bodemfracties was er opschot vanuit de (al dan niet kleine) overgebleven worteldelen.

Bijkomend werden drie methodes voor afdekken onderzocht. Hieruit bleek dat het louter afdekken met 75 cm aarde de hergroei allerminst belemmerde. De niet-geweven geotextiel gaf ook geen 100% garantie, de EPDM-folie daarentegen wel (beiden ook afgedekt met 75 cm aarde). 

Herinrichting site: uitgraven, storten onder wal en afdekken met folie

Voor de uiteindelijke nieuwe inrichting werd gekozen voor het verwerken van de besmette grond (ca. 17.000 m³) in de kern van de nieuw aan te leggen grondwal en het afdekken met folie. Immers, de grond bevatte puin en kon niet als bodem kon worden hergebruikt maar wel als bouwmateriaal. Men koos voor afdekken met een niet-geweven geotextiel. In de eerder proef was de geweven geotextiel immers niet efficiënt gebleken. Deze folie werd dwars op de grondwal aangebracht en ter plaatse werden de banden aan elkaar gestikt met een driedubbele naad. De folie werd op 4 m van de voet van de berm ingegraven tot 2,5 m diep. De berm werd afgedekt met teelaarde en er werd bosplantsoen op aangebracht.

Op de locatie van de oorspronkelijke haarden werd initieel uitgegraven tot 0,5m onder het maaiveld. Er was gelukkig voldoende tijd tijdens de uitvoering van het hele project om op deze restplaatsen eventuele hergroei af te wachten en niet onmiddellijk terug aan te vullen met aarde en/of folie. Bij hergroei werden de resterende wortels (al dan niet manueel) uitgegraven. Op sommige plaatsen moest men daarvoor 1,5 m diep gaan maar daarmee werd vermeden dat de bodem ter hoogte van de oorspronkelijke haarden ook zou moeten worden afgedekt. Enkel ter hoogte van de boomwortels naast een dreef was het nodig folie aan te brengen (gezien daar niet dieper kon worden gegraven), al bleek dat door de aansluiting met de boom ook niet 100% waterdicht.

Bij uitvoering van de werken en periode van nazorg was er een zeer rigoureuze opvolging en controle door de werftoerzichter van de VLM. Een aantal verspreide haardjes werd onmiddellijk aangepakt. Het resultaat in 2024 is dat de site te beschouwen is als duizendknoop-vrij. 

Klepelmaaien van Japanse Duizendknoopruigtes (Els Ameloot- VLM)
Resultaat Klepelmaaien van Japanse Duizenendknoopruigte (Els Ameloot- VLM)
Afgraven en zeven van duizendknoopruigtes (Els Ameloot- VLM)

Aanbevelingen 

  • Hou rekening met een substantiële meerkost. 
  • Als een rigoureuze opvolging (inzet mankracht werftoezicht!) niet mogelijk is, blijf er dan beter af. Leg de verantwoordelijkheid voor het ‘proper werken’ en de nazorg bij de aannemer. Dit is de enige garantie op succes. 
  • Baken een ‘cordon sanitaire’ af:
    • Op voorhand moet het heel duidelijk zijn waar de besmetting zich situeert.
    • Leg de transportroutes over de geïnfecteerde zones om maximaal ‘collateral damage’ uit te schakelen
    • Maak strikte afspraken rond tijdelijke gronddepots op de werf: ‘propere’ grond op ‘propere’ plaatsen en geen tijdelijke opslag van besmette grond 
    • Maak duidelijke voorschriften naar gebruik van type machines (geen bulldozers, enkel grondkarren) en grondvervoer: karren tot max. 30 cm onder de rand vullen (i.f.v. tegengaan morsen!)
    • afborstelen en afspuiten (hogedruk) van machines ter plaatse is essentieel.
  • Laat de afgegraven besmette zones minimum 1 seizoen liggen en wacht eventuele hergroei af. Die kun je dan gericht aanpakken (eventueel herhaaldelijk) tot er niets meer opkomt. Zo was er de vaststelling van hergroei uit een stuk wortel na 2 jaar!

Fotoverslag proefexperiment

Andere nuttige links: 

Auteur: Els Ameloot, Vlaamse Landmaatschappij (VLM), Regio West

Hoe kan je het ecologisch monopolie van een historische vegetatie doorbreken met inheemse soorten? 

In tegenstelling tot wat vaak aangenomen wordt, zijn er wel degelijk inheemse plantensoorten die in concurrentie kunnen gaan met invasieve duizendknopen. Om deze aanpak uit te testen hebben we in het voorjaar van 2022 met de stad Geel en de Vlaamse Milieu Maatschappij (VMM) enkele experimenten opgezet langs de Lichtaartseweg. Het opzet is daarbij niet om de aanwezige duizendknoop op korte termijn volledig af te doden, maar om de bermen, waar de aanplant van inheemse soorten gebeurt, een ecologische opwaardering te geven, waarbij de duizendknoop structureel teruggedrongen wordt. 

Hop en bosrank kunnen zelfs op eigen kracht een vegetatie binnendringen en belagen. Maar er zijn ook soorten die met enige hulp de strijd kunnen aangaan, en hopelijk een vegetatie - op termijn - zelfs afdoden. Ideaal zijn struiksoorten die hoger worden dan 2 meter, de eerste jaren enige schaduw verdragen, niet spontaan opkruinen en een voldoende dichte schaduw creëren. 

Langs de lichtaartseweg in Geel zijn oude, dichte duizendknoop ruigte aanwezig.In enkele hiervan zijn hazelaar, veldesdoorn, en haagbeuk als struiken geplant, aangevuld met hop, bosrank en kamperfoelie. 

Haagbeukplatsoen tussen duizendknoopruigtes (Sus Willems - Duizend Knopen Ontward)

Ondanks enkele problemen zoals hitte- en droogterecords en slechte kwaliteit van het haagbeukplantsoen zijn er ondertussen voldoende planten aangeslagen, zodat het experiment vertrokken is. Daarbovenop zijn  interessante soorten die in de omgeving voorkomen in lage aantallen ingeplant of vestigden zich spontaan; verwilderde appels, spontane zaailingen van walnoten, lokale kroosjes (Prunus domestica, of lokale boerenpruimpjes), Gelderse roos…  

Foto’s op deze link inplantexperiment Geel/Lichtaartseweg(opent nieuw venster)  

Ook langs de oevers van Kleine Nete (Lichtaartseweg) werden hazelaar, hop en bosrank (eigen kweek) aangeplant. Vooral hop ging enkele maanden na de aanplant de strijd al aan met de duizendknoop! 

Foto’s van deze inplantactie op deze link Inplantexperiment langs Kleine Nete te Geel(opent nieuw venster)   

Tot nu toe was het uiteraard belangrijk om de aanplant regelmatig vrij te stellen om overwoekering van duizendknoop te beletten. Dit vroeg enige actie. Eind van dit jaar maak ik een synthese met kostprijsberekeningen van deze techniek. Om maaischade te voorkomen en om een ecologisch element toe te voegen, zijn nu ook stammen langs de aanplant aangebracht. 

Volg Duizend Knopen Ontward via Facebook(opent nieuw venster) of LinkedIN(opent nieuw venster)  en blijf op de hoogte van de experimenten.Wil je graag wat ondersteuning bij jouw strijd tegen duizendknoop ruigte? Neem vrijblijvend contact op met Sus Willems. 

Auteur: Sus Willems, Duizend Knopen Ontward, https://www.duizendknopenontward.com/(opent nieuw venster) 

Biologische bestrijding van Aziatische duizendknopen met Japanse bladvlo

Sinds 2019 loopt in Nederland het onderzoek “#uitde1000knoop” naar biologische bestrijding van Aziatische duizendknopen met de bladvlo Aphalara itadori. Dit insect is een natuurlijke vijand van de duizendknoop in Japan. Het onderzoek leidde tot een primeur in Nederland: voor het eerst werd ontheffing verleend voor het loslaten van een exotische biologische bestrijder van invasieve planten. Bijna vier jaar sinds de eerste uitzetting is duidelijk dat de bladvlo in Nederland kan overwinteren, overleven en zich voort kan planten. Hoewel het nog niet gelukt is stabiele populaties te vestigen, zijn er hoopvolle resultaten geboekt.

Biologische bestrijding maakt gebruik van een natuurlijke vijand om een plaagsoort te bestrijden. Binnen Europa wordt biologische bestrijding al volop gebruikt in de glastuinbouw. Invasieve exotische planten hebben hun eigen natuurlijke vijanden (herbivoren en pathogenen) achtergelaten in hun oorsprongsgebied. De in het nieuwe gebied aanwezige vijanden zijn vaak onvoldoende effectief voor succesvolle beheersing. Bij biologische beheersing van invasieve exotische planten wordt daarom, na zorgvuldige selectie en risicoanalyse en met toestemming van de autoriteiten, een geschikte natuurlijke vijand uit het gebied van oorsprong geïmporteerd en uitgezet. Dit is bijna altijd een soort die alleen goed kan leven op de te bestrijden plant. Buiten Europa is het een vaak toegepaste bestrijdingsmethode, maar in Europa is deze methode voor het beheersen van invasieve exotische planten nog weinig gebruikt. 

Biologische bestrijding van japanse duizendknopen met bladvlo krulling en groeiremming (Suzanne Lommen - Universiteit Leiden)

Biologische bestrijding met bladvlo

Jaren geleden hebben onderzoekers van de internationale organisatie CABI uit het Verenigd Koninkrijk een aantal natuurlijke vijanden in Japan geïdentificeerd en geselecteerd als mogelijke en veilige biologische bestrijders van invasieve duizendknoopsoorten voor in Europa. De bladvlo Aphalara itadori werd geselecteerd omdat deze uitsluitend van duizendknoopplanten leeft en in het laboratorium duidelijk schade veroorzaakte aan deze planten. Na een strenge toetsing is ook in het veld geëxperimenteerd met Aphalara itadori. De uitkomsten van dit Engelse onderzoek vormden de aanleiding om ook in Nederland een onderzoek te starten naar de mogelijkheden voor biologische bestrijding van duizendknoop als aanvulling op andere methoden. Na uitvoerige risicoanalyses en toelatingsprocedures heeft de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in de zomer van 2020 een ontheffing verleend voor het uitzetten van de bladvlo in de Nederlandse natuur. Dit was een primeur, want nooit eerder was er bewust een biologische bestrijder van invasieve exotische planten in Nederland geïntroduceerd. 

De bladvlooien werden eerst verzameld in het Japanse Murakami en eenmaal in Nederland in kassen verder opgekweekt. Uit experimenten bleek de betreffende populatie bladvlooien het beste te groeien en de meeste impact te hebben op de basterdduizendknoop (een kruising van de twee invasieve soorten Japanse en Sachilinse duizendknoop). Daarna zijn de bladvlooien op drie veldlocaties met basterdduizendknoop uitgezet: in een berm van de gemeente Amsterdam, in een natuurgebied in Lage Mierde en op een afvalwaterzuiveringsterrein in Zeist. Het doel was om te onderzoeken of de bladvlo in Nederland kan overleven en zich kan voortplanten. De bladvlooien zijn vier keer uitgezet: een keer in het najaar van 2020 om de overwintering te bestuderen en nog drie keer in de periode mei-september 2021 om de voortplanting te onderzoeken. Sindsdien zijn de locaties meermaals intensief gemonitord. 

Resultaten

De onderzoeksresultaten zijn gemengd. Uit de monitoring blijkt dat de bladvlo in het veld in Nederland kan overleven, overwinteren en voortplanten. Helaas was de populatiegroei onvoldoende om stabiele populaties te kunnen vestigen; op alle drie de locaties nam de populatie ieder jaar sterk in omvang af. Ondanks de kleine aantallen bladvlooien is wel schade aangetroffen op duizendknoopplanten op de proeflocaties. De bladvlooien remmen de groei van de duizendknoop en er treedt bladkromming op. Kleine duizendknoopplanten kan de bladvlo zelfs doden. Dit biedt kansen voor het beheersen en bestrijden van jonge, opkomende duizendknoopplanten in de hergroei. Het consortium onderzoekt de mogelijkheden om dit in praktijk te testen.

Vervolg?

Dankzij dit #uitde1000knoop-onderzoek is biologische bestrijding van invasieve planten meer onder de aandacht gekomen. Mits goed toegepast, vormt biologische bestrijding de minst milieubelastende en meest effectieve bestrijdingsmethode die er is, stelt ook het IPBES. Inmiddels is het consortium onderzoek gestart naar de mogelijkheden voor de inzet van  biologische bestrijding van de aquatische invasieve exoten watercrassula (Crassula helmsii) en grote waternavel (Hydrocotyle ranunuculoides). In het VK heeft CABI hiertegen al natuurlijke vijanden in het veld uitgezet. Het consortium doet nu aanvullend onderzoek naar de geschiktheid en veiligheid van deze soorten voor Nederland. Bij positieve resultaten zal ook voor de soorten een ontheffing worden aangevraagd voor het loslaten in de Nederlandse natuur.

Auteurs: Gino van Maaren, Joyce Penninkhof (Stichting Probos) & Suzanne Lommen (Universiteit Leiden), mei 2024

Biologische bestrijding van japanse duizendknopen met bladvlo (Jaike Bijleveld - Gemeente Amsterdam)

De private sector aan het woord

In de volgende artikels laten wij enkele private spelers aan het woord. De redactie van ExotenNet wenst te benadrukken dat wij geen van deze methoden naar voor schuiven als een wondermiddel. Wij volgen steeds het advies dat gegeven wordt door de Vlaamse instanties, Agentschap Natuur en Bos en Instituut Natuur en Bos onderzoek. Deze redactie wenst wel een forum te geven aan alle actoren in het veld. De nieuwsflash van ExotenNet is er in eerste instantie om kennis te delen en zoveel mogelijk methodieken uit het veld te demonstreren en toe te lichten. Wij dragen als redactie geen verantwoordelijkheid voor de commerciële spelers die aan het woord zijn.