Kalkmoeras (7230)

Beschrijving: 

Dit zijn laagvenen waar de vegetatie in contact staat met min of meer alkalisch grond- of oppervlaktewater. Door de aanwezigheid van vrije kalk, worden ze ook wel kalkmoerassen genoemd. Goed ontwikkeld kalkmoeras is zeer soortenrijk met soorten als Moeraswespenorchis en Grote muggenorchis.

heeft als kenmerkende soort
Juncus alpinoarticulatus
heeft als indicator van een goede toestand
Eriophorum gracile
heeft als indicator van een goede toestand
Juncus alpinoarticulatus

Natuurbeheer: 

Een extensief maaibeheer is meestal noodzakelijk om verbossing tegen te gaan. Doorgaans is één maaibeurt in de zomer of nazomer voldoende. In stabiele slenken-bultenmoerassen, zoals in het Buitengoor, is maaibeheer niet gewenst en kan verbossing en vergrassing tegengegaan worden door wegplaggen van de bultvegetaties. Het uitwendige beheer is zeer belangrijk voor de instandhouding van dit habitattype met prioritaire aandacht voor het behoud van een goede grond- en waterkwaliteit zonder inspoeling van landbouwmeststoffen of huishoudelijk afvalwater, behoud van een maximale kwel en bescherming tegen betreding.

Bedreigingen: 

  • De meeste kalkmoerassen verdwenen door drooglegging en ontginning.
  • De vegetaties zijn zeer gevoelig voor verdroging en eutrofiëring. Hierbij worden de oorspronkelijke soorten verdrongen door sneller groeiende soorten zoals Moerasstruisgras, Hennegras of Zwarte zegge. Indien de invloed van kwelwater vermindert treedt verzuring op.
  • Stagnatie van regenwater leidt eveneens tot verzuring. Dit kan worden veroorzaakt door opstuwing van het waterpeil om regionale verdroging tegen te gaan, of omdat kleine afwateringsgreppels niet meer onderhouden worden. 
  • Stopzetting van het maaibeheer leidt tot verbossing van bepaalde typen.
  • Eutrofiëring van de kanalen en irrigatiegrachten van waaruit infiltratie gebeurt (Buitengoor), kan op termijn problematisch zijn wanneer die fosfaten niet langer meer geïmmobiliseerd kunnen worden door de calcium- ijzercomplexen in de bodem.